Alle 13 Schubert (en 7 nieuwere klasiekers)


1. Oom Harrie

Wie gaan daar zo laat, door weer en wind?
Een vader met zijn geliefde kind
Hij houdt zijn jongen voor op de stang
Wat heeft dat jochie, hij lijkt zo bang

“Zeg zoon, je kijkt of de wereld vergaat?”
“Omdat je mij bij oom Harrie laat
Want ome Harrie die doet soms raar…”
“Niet waar, joh, dat verzin je maar!”

“Dag prinsenkind, wees welkom hier!
Wij krijgen samen enorm plezier
Ik weet wat jongens als jij graag doen
Wie het hoogste kan wordt plaskampioen

“Maar vader, maar vader, begrijp je dan niet
Dat ome Har zo mijn vogeltje ziet?”
“Ach jongen, wat is dat voor bezwaar
We zijn toch kerels onder elkaar!”

“Hij slaapt vannacht in het grote bed
Ik heb zelf er een veldbed bij gezet
Daar ga ik dan in, is ie niet zo alleen
En ik vind het leuk hoor, zo’n jong om me heen.”

“Maar vader, maar vader, toe ga nou niet weg,
Begrijp je niet wat oom Harrie zegt?”
“Dag zoon, dag zoon, en kijk niet zo sloom
Dat lijkt zo onaardig tegen je oom.”

“Wat heb je toch, al goed, deze keer dubbel geld,
Maar blijf je onwillig, gebruik ik geweld.”
“O vader, oh vader, wat doe je me aan
Oom Harrie heeft me zo’n pijn gedaan!”

De vader slaapt niet, hij woelt en hij draait
Want stel dat Harrie… hij voelt zich genaaid
Ach nee, zijn angst is onterecht
Dan had zijn zoon toch wel iets gezegd?

Oorspronkelijke tekst Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832)

2. Als forellen

Ik wil graag iets vertellen aan meisjes jong en fris
Van jagers op forellen, dat is een speels soort vis

Ik stond eens op een brugje, keek op zo’n rugje neer
Soms ging ze als een lasso en dan weer als een speer

Een visser met zo’n petje kreeg mijn pupil in ‘t oog
En tuurde langs zijn netje hoe mijn forel bewoog

Moest ik die man vertellen: Zo’n vis is heus niet blind
Zo vang je geen forellen, dat weet het kleinste kind!

Ook hij keek op zijn klok en verzon een list,
Woelde de grond om met zijn stok en
Nog voor de vis het wist, zag hij de buit al hangen
Ik viste, ik viste achter ‘t net
Toch had hij niets gevangen als zij had opgelet
(En moest die arme zanger niet weer alleen naar bed!)

Oorspronkelijke tekst Christian Friedrich Daniel Schubart (1739-1791)

3. Het hoogste lied

Het hoogste lied in fijnbesnaarde kringen
Dat jaar na jaar zijn ererondje draait
Beviel me niet, want hoe die heren zingen
Doet aan of een orkaan is aangewaaid

Toch vond ik jou, je stem sloeg eeuwen over
En sprak me aan, het pakte woord voor woord
Wat moet ik nou? Mijn stem is klein en pover
Goddank hou jij altijd het laatste woord, slotakkoord
Goddank hou jij het slotakkoord

Oorspronkelijke tekst Franz von Schober (1796-1882)

4. De dood en het meisje

“Wat wil je, nee, wat wil je?!
Jij, massamoordenaar!
Kijk mij, hoe jong, och here
Ik ben nog lang niet klaar…”

“Geef me je hand, ik kom hier als je man
Als bruid heb ik je uitgekozen
Bied geen verzet, je bruidsboeket:
Een bed bedolven onder rozen.”

Oorspronkelijke tekst Matthias Claudius (1740-1815)

5. De linde

Wie zocht die kon me vinden – :ik lag onder mijn boom.
Die ouwe trouwe linde, volmaakt voor daggedroom.
De bast droeg onze namen, een kras voor elke kus,
Zelfs toen de twijfels kwamen de linde bood me rust

Vannacht in ’t pikkeduister moest ik mijn boom voorbij.
Ik zag niks, maar toch, luister, hij ruiste tegen mij:
“Blijf hier voor altijd dromen in voor- en tegenspoed
Een plek onder de bomen…hieronder lig je goed!”

De wind sneed door mijn wangen, ik heb het getrotseerd,
Mijn muts bleef ergens hangen, ik ben niet omgekeerd.

Al ver van mijn beminde, de morgen tegemoet,
Hoor ik nog steeds die linde: Daaronder lag je goed!

Oorspronkelijke tekst Wilhelm Müller (1794-1827)

6. Voor Sylvia

Wie is Sylvia, wat heeft zij
Dat wij hier in de rij staan?
Stinkend rijk, vrij, jong en blij
De hemel moet haar bijstaan
Zing maar mee of wijs haar na
Sylvia nee of Sylvia

Ziet ze goed wat goed kan doen -
Haar liefde mag niet blind zijn…?
“Wat heet goed! Met goed fatsoen
Kan niemand zo bemind zijn.
Zing maar mee of wijs haar na
Sylvia nee of Sylvia”

“Oké Sylvia, ik doe mee
Die Sylvia is geweldig!”
Een probleem is haar privé
Wanneer ze ongesteld is
Zeg jij ja, zegt Sylvia nee
Zeg jij nee, zegt Sylvie ja.

Oorspronkelijke tekst William Shakespeare (1564-1616),
Two Gentlemen of Verona, Act IV scene 2.

7.Roos uit Hoogerheide

Knaapje zag een roosje staan
Roos uit Hoogerheide
Deed zijn hartje overslaan
En spontaan sprak hij haar aan
En ze bloosden beiden
Zei zij: “Ik ben Roosje Rood
Roos uit Hoogerheide.”

Knaapje zei: “Ik lust je rauw
Roos uit Hoogerheide!”
Roosje zei: “Ho, niet zo gauw
Zweer me eerst maar eeuwig trouw,
‘k Ben niet als die meiden!
Ik ben Roosje, Roosje Rood.
Roos uit Hoogerheide.”

Knaapje sprak van bruidsgeluk
Zij liet zich verleiden
Maar haar opzet bleek mislukt
Toen haar roosje was geplukt
Wilde hij weer scheiden.
Dat was Roosje, Roosje Rood.
Nu woont ze in Leiden.

Oorspronkelijke tekst Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832)

8. Gieren en brullen

Gieren en brullen van pret of ellende
Emotioneel is mijn leven een bende
’s Morgensvroeg Jantje lacht…
En waarom vreugdetranen
Nu verdonkeremanen…
Heb ik zelf niet bedacht.

Brullen en gieren van pret of ellende
Emotioneel is mijn leven een bende
’s Avonds laat Jantje huilt…
Maar de volgende morgen
weer een kop zonder zorgen
Wie heeft mijn maskers geruild?

Oorspronkelijke tekst Friedrich Rückert (1788-1866)

9. Moeder me toe

Moeder me toe en wrijf me droog
Vader me moe en hou me hoog
Kruip dichterbij, maak me compleet
Kruip weer in mij, maak me compleet. Overcompleet

Doe mond op mond, ontsluit de poort
Ooit was je rond, zoek soort bij soort
Vergeet jezelf, wees weerloos naakt
Mijn wederhelft, maak me volmaakt

Je lijf verstijft, wordt ingelijfd
Ons lijf beklijft … Overvolmaakt!
Wat overblijft vermant, verwijft
De tijd verdrijft… Overvoldaan!

Oorspronkelijke tekst Friedrich Rückert (1788-1866)

10. Café Maria

Café Maria, maak me mens
Verhoor mijn stille hartsgebeden
Vervul mijn allerdiepste wens
Ik heb al veel te lang geleden
We zakken zeker door tot morgen
Wat of de buurt er ook van vindt
Maria, wil je voor me zorgen
Als moeder voor een dorstig kind
Café Maria

Café Maria, madam Maagd
Mijn kop zit barstensvol demonen
Die jij bij binnenkomst verjaagt
Waarom kom jij niet bij míj wonen
Maar goed, ik heb je weer gesproken
Ik heb mijn arme hart gelucht
Hier ga ik, krom maar ongebroken
Een man die voor de stilte vlucht
Café Maria!

Oorspronkelijke tekst Adam Storck (Philipp Adam) (1780-1822),
naar Sir Walter Scott (1771-1832), from "The Lady of the Lake"

11. Vakantie

Wie wandelt ziet meer dan wie rijdt, wie wandelt
En heuvelaf en heuvel op
Een wandelwijsje in je kop:
Vakantie

De loop van de rivier geeft geen garantie
Dat ik vandaag of morgen al het strand zie
Maar loop je met het water mee
Dan kom je altijd bij de zee
Vakantie!
Bij elke stap dat wijsje weer: Vakantie
Normaal iets denken lukt niet meer
De paden op, de lanen in
Net als die Schöne Müllerin
Vakantie!

Wie wandelt ziet meer dan wie rijdt, wie wandelt
Nu enkel nog een leuke meid die wandelt
Dan gaat het zachte mos toch voor
Al zingt het hele bos in koor
Vakantie!

Oorspronkelijke tekst Wilhelm Müller (1794-1827)

12. Tabé

Tabé, dag vrolijke, bruisende stad, Tabé
Al heb ik het stof van mijn voeten geschud
Ik schud je de hand, want wat heeft het voor nut
Je kent me alleen in een stralend humeur
Dat houden we zo, op z’n minst tot de deur
Tabé, dag vrolijke, bruisende stad, Tabé!

Tabé, dag innig geliefde publiek, tabé
Voor ik mijn gitaar aan de wilgen hang
Dan barst ik nog uit in een vrolijk gezang
U kent me vooral van mijn potpourri
Dus zing ik als slotlied geen treurmelodie.
Tabé, dag innig geliefde publiek, tabé

Tabé, dag pers en dag critici, tabé
Ik las jullie stukjes altijd met plezier
Vooral die gemene die gaven vertier
Je weet dat wie stuitert het onderspit delft
Dus vraag ik maar niet: En wat kun je zelf?

Tabé, ik wacht tot het licht is gedoofd, tabé
Mijn kaken doen pijn van die stralende lach
Ik wou dat die piano aan barrels lag
Maar de show gaat door, in een showdecor
Je gaat niet af, nee ja gaat er voor
Tabé, ik wacht tot het licht is gedoofd, tabé

Oorspronkelijke tekst Ludwig Rellstab (1799-1860)

13. De speelman

Net als ik vertrek hier klinkt de slotmuziek.
Zwerver met je draailier, wat een romantiek.

Luister dan en huiver, want die man is goed.
Toch valt er geen stuiver in zijn ouwe hoed.

Koud en niks te vreten, werkt op sentiment,
Maar geen hond wil weten van zo’n ouwe vent.

Hem kan het niet schelen, ook al draait hij door.
Als hij maar kan spelen, draait hij rustig door.

Wonderlijke speelman, ook op Winterreis’?
Zwaarste onderdeel van Holiday on Ice!

Oorspronkelijke tekst Wilhelm Müller (1794-1827)

14. Hoe zal het zijn?

Jij kent mijn vader gebogen en grijs
Ik zie hem nog als knappe kerel
Sterker dan Tarzan, rechtvaardig en wijs
Mijn vader, de man van mijn wereld

Hoe zal het zijn als hij er niet meer is
Begraven is, hoe zal het zijn?

Hoe zal het zijn, vol pijn? Verweesd en klein?
Of dankbaar? Fijn? Hoe zal het zijn?

Hoe zal het zijn, het oude huis ontruimd
Mobiel: ‘Delete from list.’
Hoe zal het zijn als hij mij nooit meer mist
Als zoon gewist… Hoe zal het zijn?

Oorspronkelijke tekst en muziek: Irving Berlin

15. Maria

Zoiets moois heb ik nou nog nooit gehoord
Maria, Maria, Maria, Maria . . .
Zo voornáam en persóonlijk
Als pérsoonlijk vóornaamwoord…
Maria, Maria, Maria, Maria . . .Maria!

Ze stelde zich voor als: Maria
En als bij toverslag
Een naam vol toverkracht op mij, Maria!
Een heldentenor voor Maria
‘k Wist niet dat zoiets kon
Een klank warm als de zon in mei! Maria!

Als je jubelt een serenade
Als je prevelt een nieuw Onze Vader: Maria,
Een naam vol genade: Maria!

Als je jubelt een harts-aubade
Net zo zoet als de zoetste ballade
Maria, een naam vol genade: Maria

Oorspronkelijke tekst Stephen Sondheim. muziek: Leonard Bernstein

16. Kopjes, kattepoes?

Kopjes, kattepoes? Whoah, whoah
Kattepoes, kattepoes, hoor me miauwen
Ik ben jouw ouwe kat in ‘t nauw
Dus druk je snorharen en poets je kattepoes neus
Kattepoes kattepoes, poesie mauw, kom nou gauw
Poes, poets je kattepoes tong

Kattepoes, kattepoes, zonder poespas
Als dit Minoes was, werd ik je vrouw
Op voor een natte poes, dus poets je kattepoes bef

Kopjes kattepoes? whoah
Kattepoes, kattepoes, hoor me spinnen
Ik wil naar binnen, de melk wordt lauw
Dus krab je nagels scherp en poets je kattepoes tong
Kattepoes, kattepoes, poesie mauw, melk voor jou
Poes poets je kattenpoes tong
Poes, poets je kattepoes bef
Poes, poets je je kattepoes neus

Oorspronkelijke tekst en muziek: Burt Bacharach/ Hal David

17. Eeuwig jong

Tot vandaag was ik nog jong
Het leven smaakte zoet, als regen op de tong
De wereld als een taart, te groot voor mij alleen
Dus had ik altijd massa’s mensen om me heen
Een druppeltje ambitie in een zee van tijd
Wie ziet de waterval, zolang het bootje glijdt?
Ik leefde voor de nacht, en brak ze met geweld
En zag niet hoe mijn dagen toen al zijn geteld

Tot vandaag was ik nog jong
Stond permament in bloei, ik sprak niet maar ik zong
Ik voerde mijn gevolg de slagroom van de taart
De bodem en de korst bleven voor mij bewaard
Ik liep mezelf voorbij, nu haal ik mezelf in
Een hoop gebakken lucht, een handeltje in wind
Ieder heeft een plek in onze maatschappij
Maar alles wat ik heb zijn ik, mezelf en mij

Sinds vandaag voel ik me oud
Mijn vrienden zijn gescheiden en opnieuw getrouwd
De liefdes voor het leven – nooit meer teruggezien
De krekel en de mier, de kans van één op tien
Het ergste moet nog komen, het leukste al geweest
Ik blijf als laatste achter op mijn eigen feest
De slingers zijn gebroken, het dansorkestje zweeg
Ja, jeugd is een ballon, laat los en hij loopt leeg

Ik nam niet eens een aanloop voor de grote sprong
En donder in het gat, ver voor de laatste gong
De koning van het bal, hij walste in de val
Voor eeuwig jong…

Oorspronkelijke tekst en muziek Charles Aznavour , Engelse bewerking Herbert Kretzmer

18. Roosendaal

Hij is getrouwd, heeft twee kinderen
Zit nou tien jaar in het staal
Daarvoor bij de Venco
Aan het spoor in Roosendaal

Zijn vader was kapper
Zelf zijn hele leven kaal
Werd geboren in Bergen
Maar ging dood in Roosendaal

Roosendaal, Roosendaal
Mooiste plaatsje van allemaal
Ga van Rodeschool /Stadskanaal naar Vaals
Geen plaats haalt het bij Roosendaal

Zijn vrouw heet Marietje, maar zeg maar marie
Ze hebben een hoekhuis, Het Ven, nummer 3
Hij overwerkt, anders red ie ‘t niet
Hem een biet

In z’n tuin houdt hij kippen en z’n herder Ben
Blijf met je poten liever uit zijn ren
De waakste hond van heel het Ven
Pak ze, Ben!

Oorspronkelijke tekst en muziek Randy Newman

19. Waar blijft de lach

Johnny & Rijk, een paar apart
Ik halverwege voor lijk, jij fris van start
Waar blijft de lach

Net Snip en Snap, geef het maar toe
Ieder zijn eigen verhaal, elk zonder clou
Waar blijft de lach, lach ons hier uit

Als in een klucht, van deur tot deur
Rende ik rond, zocht naar jou en vond… de souffleur
Dee mijn rentrée als de jeune premier, maar ging af
Bode met brief – men was al af

Een hard gelag, mijn fout, nietwaar?
Dus schiet in de lach, toe, lach of ik schiet
Ja, lach nou maar

Ik had nog Oorspronkelijke tekst, jij was al klaar
Met fingerspitzengefühl van een barbaar
Waar blijft de lach, echt, hier hoort een lach
Wie weet, volgend jaar

Oorspronkelijke tekst en muziek Stephen Sondheim

20. Een kunstenaar rijdt geen BMW

Mijn dealer wist een tripje: “Jongen jij gaat uit je dak!
Kom binnen en dan flip je, klop het geld maar uit je zak
’t Is de sleutel naar de hemel, met het leukste uit de hel
En nu verder geen gezemel, voordat ik een ander bel.”

Ze stond bij een lantaarnpaal, mijn hand lag op haar leest
Als kruising tussen prinsgemaal en vrouwverslindend beest
Als kind had ik al dromen van een rode sportcoupé…
Als het aan mij lag, nam ik haar zo mee
Maar een kunstenaar die rijdt geen BMW

Toch liet ik me verleiden, want in wezen ben ik slecht
Ik reed naar Hoogerheide en terug naar Ossendrecht
Ik zoefde langs de trambaan en de hoeren van Calfven
En dacht aan al die waanzin wat ik doe en wie ik ben

Met honderd kilometer scheurde ik toen van de straat
De juffrouw van de navigator was ten einde raad
En in het stille weiland reed ik stapvoets defilé…
Als het aan mij lag, dan naam ik haar zo mee
Maar een kunstenaar die rijdt geen BMW

Geen slager vegetariër
Geen bakker eet graag pap
Geen dominee is atheïst
Geen militair is pacifist
En bovenaan de Hoe het hoort -clichés:
Een kunstenaar die rijdt geen BMW

Dus probeer ik nu te zingen zoals Boudewijn de Groot
En als ik dan een hit krijg, dan valt iedereen maar dood
Niet langer één van de poëten, maar bekend van de tv
En ik koop van de moneten mijn allereerste… lalala

Oorspronkelijke tekst en muziek: Jan Rot

Alle hertalingen: Jan Rot

Terug