"Ja, ik wil!"



1. Ooit kom ik haar tegen...

Ooit kom ik haar tegen
God zelf geeft witte rook
Laat na zwaarwegende hartsbezwaren
Mijn jacht op de ware varen

Als mijn radar haar verraadt
De schrik die om het hart slaat
Want wat gaat daar buitengaats?
Paraat! Recht zo die staat, maat!

Laat ik niet overhaasten, waarom?
Waar ze me zoekt daar zal ze me vinden
Ik lig klaar, hoe lang het ook duurt
Liever ongeduldig dan onzorgvuldig

Daar rijst op uit de golven… zal ik haar wenken?
Ze heeft me in de gaten
En klimt aan boord, ik zie haar denken: "Hoe bestaat het! Hij bestaat!"
Ook ik ben uitgelaten: "Hoe bestaat het! Ze bestaat!"

En ze lacht: "Schout bij Nacht, Was je zo eenzaam?"
Ik wacht, dat woord is verboden
Zonder de juiste code
Half om te plagen
Half verbergend hoe ik het besterf
Van angst wil vragen: "Stort jij me straks soms ook in het verdriet?"
Maar ze kust me:
"Ik maak je graag gelukkig Gelukkig maak je mij al"
Alsof ik haar al ken
Wij elkaar verdienen

Een wederhelft die ontbreekt is fantoompijn
Maar iemand die bij mij past
Mag geen natte droom zijn!

Naar "Un bel di vedremo"uit Madama Butterfly (1905)
Muziek: Giacomo Puccini (1858-1924).
Tekst: Luigi Illica(1857-1919) en Giuseppe Giacosa (1847-1906)

2. Sinds ik haar zag lopen

Sinds ik haar zag lopen
Zie ik niets anders meer
Blind met ogen open
Kijk, daar gaat ze weer
In gezichten van wildvreemden
In gedichten zie ik haar
Zelfs mijn diepste fantasieën
Gaan alleen maar over haar

Als een bril waarop vast haar contouren staan
Als ik wil, kan ik tastend naar de hoeren gaan
Zelfs de theepot heeft haar oren
En de stofzuiger haar mond
Overal zie ik haar lopen
Net nog, op het plafond

Naar "Seit ich ihn gesehen" uit Frauenliebe und -Leben (1840)
Muziek: Robert Schumann (1810-1856)
Tekst: Adelbert von Chamisso (1781-1838)

3. Ogenbliksem

Zelfs doof zou ik nog horen
Haar stem, boven alles uit
Betoverd zijn mijn oren
Door dat hemelse geluid

Die nacht dat ik haar zag
Dacht ik: toe, kijk mijn kant eens uit
Een ogenblik kreeg ik mijn zin
Ogenblikkelijk sloeg de ogenbliksem in

Zuidenwind, toe, til haar sluier op
En toon me haar gezicht
Bruid en bruidegom staan willoos
In het warme avondlicht

Die nacht dat ik haar zag
Dacht ik: toe, kijk mijn kant nou uit
Eén ogenblik kreeg ik mijn zin
Ogenblikkelijk sloeg de ogenbliksem in

Een ogenblik in tijd
Verboog de eeuwigheid

Naar "Romance de Nadir" uit Les pêcheurs de perles (1868)
Muziek: Georges Bizet (1838-1875)
Tekst: Michel Carré (1819-1872) en Eugène Cormon 1811-1903.

4. Zij, de liefste allerliefsten

Zij de liefste aller liefsten
Zij de allermooiste van de klas
Lange wimpers langzaam open
O, ik wou dat ik haar vriendje was

Nee, je kunt niet miss-verkiezen
Er is maar één koninginnetje van het bal
Ik heb niets meer te verliezen
Want mijn hart en ziel heeft ze al

Ik wou dat ik een sappig bot was
Zij de hond die mij verslond
Of dat ik het winnend lot was
Zij de zwerfster die mij vond

Let maar niet op mij, prinsesje
Ik ben voetvolk dat om een knikje vroeg
Ik als man ben maar een zesje
Het allerhoogste is nog niet hoog genoeg
Het allerbeste nog niet goed genoeg

Slechts een kruising tussen Jezus, Dalai Lama en de paus
Is het waard haar hand te vragen
En dan krijgt-ie niet eens applaus
Jaloezie is die ene zonde
Waar geen mens lol aan beleeft
Maar ik zeg het onomwonden:
Dood aan hem aan wie ze haar hartje geeft…
Ja wij heren degraderen
Tot scholier bij haar superioriteit
Zelfs de pauw strijkt gauw zijn veren
Want naast haar past enkel bescheidenheid
Ja, naast haar past slechts bescheidenheid

Naar"Er, der Herrlichste von allen" uit Frauenliebe und -Leben (1840)
Muziek: Robert Schumann (1810-1856)
Tekst: Adelbert von Chamisso (1781-1838)

5. Het sterretje

Ik zat op een muurtje zo midden in de nacht
Ik had al een uurtje of vier zo gewacht
Ik dacht: heel misschien loopt ze strakjes wel voorbij
En als ze dan inhoudt, dan houdt ze van mij
Ja, als ze dan inhoudt, dan houdt ze van mij!

Ik keek naar de sterren en vond het gemeen
Zij daar met zo velen en ik hier alleen
Toen troostten de sterren: ze weet niet wie je bent
Het komt heus wel goed als ze jou eenmaal kent
Ja, alles komt goed als ze jou eenmaal kent

Toen heb ik naïef haar dicht naast me bedacht
Heb lief zitten praten tot diep in de nacht
En pas toen de zon kwam ben ik met de maan
Wat moe maar gelukkig naar huis toe gegaan
Wat moe maar gelukkig naar huis toe gegaan

Het stond in de sterren en zo is het gebeurd
Ik heb 's nachts de hemel nog vaak gespeurd
Op zoek naar dat sterretje, vlak voordat het viel
Het flikkerde en viel…
Het hoorde mijn wens en werd prompt projectiel
Hé ster, nog bedankt, uit het diepst van mijn ziel!

Naar "Die Sterne" (1828)
Muziek: Franz Schubert (1797-1828)
Tekst: Karl von Leitner (1800-1890)

6. Het is toch niet te geloven

Het is toch niet te geloven
Ik knijp me suf, want ik droom
Dit gaat me de pet te boven
Of is 't een neurosesymptoom?

Ik zweer je dat ze me toeriep: "Als jij wil, wil ik ook"
Begeerlijk lachend weer doorliep
Was zij het of toch een spook?
Zij was het en… ze wil ook!

Ach, laat mij maar gewoon sterven
Nu dat ik gelukkig ben
Vóor iemand het komt bederven
Of ik Candid Camera ken

Het is toch niet te geloven
Ze kiest van iedereen mij
Ik ben echt ondersteboven
Herhaal nog 's wat ze net zei
Ik kan het nog niet geloven
Ze kiest van iedereen mij!

Naar "Ich kann's nicht fassen, nicht glauben" uit Frauenliebe und -Leben (1840)
Muziek: Robert Schumann (1810-1856)
Tekst: Adelbert von Chamisso (1781-1838)

7. Spiegellied

Ik begrijp dat je twijfelt:
Dit is te mooi
Je zei ooit dat je nooit
Meer met meisjes zou klooien
Maar na winter komt lente, harten ontdooien
Dus vertrouw maar op haar intuïtie als vrouw
Jij wil haar en zij wil jou

Als het lot bij roulette
In je schoot rolt, moet je innen
Slechts een zot, blijft aan zet
Er valt niets méér te winnen
Jij en ik, dikke mik
Pak de pot, we zijn binnen!
Ja, het lot heeft je lief
Je mag nog 's opnieuw beginnen!

En ik snap dat je twijfelt, dit is te veel
Crimineel, wat een deel, het is verdomd net de Eiffel
Zowel zuiver platonisch als puur seksueel
Je ziet scheel van verlangen dus ga nu maar gauw
Jij wil haar en zij wil jou

Liefde klopt als een bus
Wie de bus mist, moet lopen
En wie loopt, komt te laat
Dus laat zien dat je klaarstaat
Als hij stopt, stap je in
Grijp een lus en blijf hopen
Dat de bus na de kus
Niet naar eindhalte 'Uit elkaar' gaat

Ik snap niet dat je twijfelt, dit moet je doen!
Net als toen!
Kampioen!
Gooi je haar los, laat je nemen!
Zij is één uit miljoenen, zij is om te zoenen
Dus vertrouw maar op haar intuïtie als vrouw
Jij wil haar en zij wil jou!

Naar "Je te veux" (1902)
Muziek: Erik Satie (1866-1925)|
Tekst: Henry Pacory(1873-onbekend)

8. Ik vroeg haar om een vingertje

Ik vroeg haar om een vingertje
En ze gaf me haar hele hand
En al droeg ik hiervoor niemands ringetje
Ik heb vooraf een van haar geëist als onderpand

Toen ik verstokt vrijgezel was
Liet ik geen vrouw aan mijn schouder toe
Mijn hart gaf toch dat bevel pas
Als ik zelf eerst eens wist wat of hoe

En daar blinkt dat gouden dingetje
Als bewijs van een nieuwe weg
Ik breek uit mijn oude kringetje
En steek twee vingers op nu ik de eed afleg:

Ik zal haar dienen vol overgave
Als toegewijde slaaf
Op handen en voeten
Haar kwispelend begroeten
Kom gauw bij het vrouwtje
Is baassie zo braaf?

Deze ring is een beginnetje
Ja, mijn ringvinger wijst de weg
Op mijn duimpje ken ik al dat zinnetje
En pink traantjes weg als ik het jawoord zeg

Naar "Du Ring an meinem Finger" uit Frauenliebe und -Leben (1840)
Muziek: Robert Schumann (1810-1856)
Tekst: Adelbert von Chamisso (1781-1838)

9. Domkop

Ik lig op mijn bedje, links en rechts donker
Lief is als verzetje eens flink… bij haar ouders
Domkop die mee wou, moest en zou werken
Prompt drukt mijn hart vanouds op mijn schouders

Ik voel me zo slapjes, waar moet ik beginnen
Ik mis onze grapjes, haar kleine dingen
Zin in de liefde, wie moet ik beminnen
Zin in een liedje, voor wie moet ik zingen

Ooit was ik maanziek, nu blijf ik binnen
Zij wist de Wolf in mij te verdringen
Zij wordt de laatste die ik zal beminnen
Zij wordt de laatste voor wie ik zal zingen

Lalala liefde, liefde lalala
Lalala liefdesliedjes lalala
Dumka is Pools voor weemoedig wijsje
Domkop doet niets meer zonder zijn meisje

Naar "Dumka" (1840)
Muziek: Frédéric Chopin (1810-1849)
Tekst: Bohdan Zaleski (1802-1886)

10. Kies je voor schoonheid

Kies je voor schoonheid, kies dan de zon maar
Zonlicht maakt schoonheid oogverblindend waar
Kies je voor jeugd, ah, kies voor de lente
Enkel de lente verjongt zich ieder jaar
Kies je voor weelde, o neem de zee dan
Zij baadt in weelde, haar parels liggen klaar
Kies je voor liefde, o ja, kies mij dan…
Wij zij aan zij dan
Blijven we altijd en voor eeuwig bij elkaar!

Naar "Liebst du um Schönheit" uit 5 Rückert Lieder (1905)
Muziek: Gustav Mahler (1860-1911)
Tekst: Friedrich Rückert (1788-1866)

11. Drink, kameraden

Drink kameraden, ja, ik ga trouwen
Drink op het herontdekte burgerfatsoen
Het gras aan de overkant is nu grauwer "Pas!"
Dan gaan hartenjagers met pensioen!

Was ik hiervoor niet bij mijn beminde
Minde ik domweg maar wie bij me was
Nu ik nooit meer los wil, wil ik me binden
Kinderen en een knoop aan mijn jas

Drink kameraden, zuip maar in zonde
Bruidsklokken luiden, dus ik trek aan de bel
Tevens de bel voor mijn laatste ronde
Kroegleven, jongens, ik geloof het wel

Ik ga nu voor huisje, boompje en beestje
Geen vrijgezellennachtjes meer voor mij
Straks bij mij thuis een droom van een feestje
Eén vrij gezellige vrijpartij

Liefde voor één is vrij asociaal, ja
Wat ik met jullie deelde geef ik aan haar
Zelfs lieve vrienden, laat ik geen bacchanaal na
Na dit glas gaan we uit elkaar
Wie me zoekt, ik zit vast bij haar

Naar "Helft mir, ihr Schwestern" uit Frauenliebe und -Leben (1840)
Muziek: Robert Schumann (1810-1856)
Tekst: Adelbert von Chamisso (1781-1838)

12. "Ja, ik wil!"

Met mijn meisje op reis
Mooier dan Parijs
Een paradijsje op aarde
Waar bloed sneller stroomt
Elk paartje van droomt
Daar wint liefde nog aan waarde

Stad in goud en blauw
Waar ik trouw met jou
Zij is als jij, zo bijzonder
Half mysterieus
Half harmonieus
Briljant, achtste wereldwonder

"Ja!" in een stad vol muziek
Rozen, rosé en romantiek
Het hotel mag er zijn
Met zicht op het plein
Glorie die geen dag verjaarde
Elke gondelier zingt luid van plezier
In ons paradijs op aarde

Vlug, de Brug der Zuchten in vogelvlucht
Want de lucht wordt langzaamaan duister
Zakt de zon in zee, zijn wij weer privé
Toe liefste, zeg het!
Ik luister…
"Ja!" in een stad vol muziek
Rozen, rosé en romantiek

Naar "l'Invitation au Voyage" (1870)
Muziek: Henri Duparc (1848-1933)
Tekst: Charles Baudelaire (1821-1867)

13. Tranen in de Amstel

Terug op de Magere Brug
Regen over de Amstel
Amsterdam, grachtengordel van smaragd en goud
Groot geluk overspoelt twee tranen in de Amstel
Amsterdam, weet je, ik ben getrouwd!

Dorst naar liefde staat aan de bron van alle leven
Een levensdroom, lang niet elke levensstroom gegeven
Maar Amstel en ik zijn blij
Want wacht ons geen mooi einde?
Zij kruipt in 't IJ
Jij verzwelgt mij

Naar "Beau Soir" (1891)
Muziek: Claude Debussy (1862-1918)
Tekst: Paul Bourget (1852-1935)

14. Opperdaan

Opperdaan, wat kijk je mij nou angstig aan
Onderdaan is heus met niemand vreemd gegaan
Een blokje om, geluk werd even echt te veel
Schrok je?
Dacht je dat ik mijn levensrecht verspeel!

Wie was ik, zag alles met een fallusblik
Zo' n viezerik, die doet wat zijn geval beschikt
Maar toch wou ik ergens graag van iemand zijn
Tot aan jou vond ik nergens liefde zonder pijn

Nu mag ik aanvaarden: iemand houdt van mij
Straks als twee bejaarden kijk ik nog dolverliefd opzij
Hebbe hebbe houwe
Nooit meer uit elkaar
Samen bouwen, vol vertrouwen
Als hecht paar
Hebbe houwe!

Opperdaan, ik had je op een voetstuk staan
Onderdaan zal zelf een treetje hoger gaan
Daar verheffen wij elkaar van twee tot een
Overtreffen alles dan met één uit twee …
Ons kindje

Naar "Süsser Freund" uit Frauenliebe und -Leben (1840)
Muziek: Robert Schumann (1810-1856)
Tekst: Adelbert von Chamisso (1781-1838)

15. Kom op!

Kom op! Hou effe je kop dan kunnen we dansen
Kom op! Hou effe je kop dan kunnen we het doen
"Wat is dit voor dansje?" kraait meisje van plezier
Mijn lief, dit is de dans van: kindjes-maak-je-hier."

Kom op, hou effe je kop dan kunnen we dansen
Kom op, hou effe je kop dan kunnen we het doen
We zwieren door de kamer, met opzet uit de maat
Het staat niet in de bijbel, maar god, geluk bestaat!

Laat hop Marianneke, stroop in 't kanneke dansen
Laat hop Marianneke stroop in 't kanneke doen
Ooit zei ik: het leven lijkt op een moeras
Zorg dat je blijft lopen dan loop je ook niet vast

Ik hou van jou is te flauw als iemand wil rijmen
Maar houd je vrouw van jou dan is het wel goed
Zelfs William Shakespeare roept vanuit zijn graf
Geen getemde feeks hier en gif ja, blijf er maar af

Kom op! Hou effe je kop dan kunnen we dansen
Als liefde vóór is, wie zal tegen ons zijn?

Naar "O up!" Volkswijsje uit de Auvergne
Naar een arrangement van Joseph Canteloube (1879-1957)

16. Wil het een badje?

Wil het een badje? Wil het de borst?
Stil maar m'n schatje, had je zo'n dorst
Jaja, ik ben vader en is het niet raar
Al die clichés zijn allemaal waar

Het is zelfs nog fijner dan ik dacht
Hoe zoiets kleins wordt grootgebracht
Ik sta aan het hoofd van een gezin
En ja, zo'n kind dat hakt erin

Kijk, hoe de moeder haar bewaakt!
Ik heb dat kind toch ook gemaakt?
Mama en nazaat bij elkaar
Papa doet raar met de rammelaar

O lief lief vrouwtje, lief lief kind
Vertrouw er maar op hoe lief ik jullie vind
Zeg blíjft het drinken, o o wat een dorst…
Had vader ook maar een moederborst!

Naar "An meinem Herzen, an meiner Brust" uit Frauenliebe und -Leben (1840)
Muziek: Robert Schumann (1810-1856)
Tekst: Adelbert von Chamisso (1781-1838)

17. Nu heb je mij voor het eerst

Nu heb je mij voor het eerst echt pijn gedaan
Zo idioot
Jij sliep en ik werd wakker, keek je aan
En jij was dood

Een wezenloze weduwnaar met kind
Geamputeerd, gehalveerd
Verliezen kan pas hij die wint
Dat heeft die droom geleerd

Wat is de zin van leven zonder jou
Dan dooft het licht
Jij moet dus wel de zin van het leven zijn
Mijn levenslicht

Naar "Nun hast du mir den ersten Schmerz getan" uit Frauenliebe und Leben (1840)
Muziek: Robert Schumann (1810-1856)
Tekst: Adelbert von Chamisso (1781-1838)

18. Avondrood

Ooit zijn we oud
Een half leven lang samen, hand in hand
We schuifelen leunend op elkaar
Vredig door het winterse land

Plotseling wil ik niet verder lopen
Het is wit zover je kijkt
Op meer mag ik niet hopen
Mijn 'eeuwigheid' verstrijkt

Daar hoog, zie je die leeuwerik?
Want gauw ben je me kwijt
Maar hoor je hem, dan schreeuw ik je toe van: kop op, meid!

Hoe kleurrijk was ons leven
Nu staan we avondrood
Ik zou jou mijn leven geven
Aanvaard je ook mijn dood?

Naar "Im Abendrot" uit Vier letzte Lieder (1947)
Muziek: Richard Strauss (1864- 1949)
Tekst: Joseph von Eichendorff (1788 - 1857)

19. Uitgezongen

Wij zijn de wijde wereld fluitend uitgetrokken
Geen disco waar ik het geluk nog na-ren
Ik dans nu thuis op geitenwollen sokken
Laat ze maar denken dat ik al dood, begraven, ja, uitgezongen ben

Het kan mij ook verrekte weinig schelen
Hoe men mijn nieuwe leven ziet
Daar zat ik me zo dood te vervelen
Want eerlijk, leef je maar lekker uit
Voor mij leeft uit lekker niet

In mijn thuishaven geen kroeggezemel
Geen pilsjes in mijn stiltegebied Dood en begraven?
Hier in de hemel
Ben ik springlevend
Zing voor mijn liefste
Ons levenslied

Naar "Ich bin der Welt abhanden gekommen" uit 5 Rückert Lieder (1905)
Muziek: Gustav Mahler (1860-1911)
Tekst: Friedrich Rückert(1788-1866)

20. Als ik straks dood ben...

Als ik straks dood ben, dans jij dan één keer
op mijn graf?
Dankbaar dansje op mijn graf
Niet huilen, niet huilen, ik heb geléefd

Als ik straks dood ben,
leef jij dan alsjeblieft voor twee?
Neem mij in je leven mee
Geen wanhoop, geen wanhoop,
ik leef met je mee

Denk vaak aan mij, denk vaak aan mij
Maar alsjeblieft geen bloemen en geen rouw
Denk vaak aan mij
Maar alsjeblieft onthoud: ik leef door in jou

Naar "When I am laid in earth" uit Dido & Aeneas (1689)
Muziek: Henry Purcell (1658-1695)
Tekst: Nahum Tate (1652-1715)

Terug