Van Rot Los

zoals gepubliceerd in Het Parool van vrijdag 22 december 2000

Schumann in het Nederlands, waarom niet. Jan Rot vertaalde de tekst van Heine, en stuitte op menig probleem. Maar gelukkig houden ze beiden van 'pathos en zwelgen in liefdes-luxeverdriet'. En gelukkig was Heine een grotestadsjunk. 'Dus alle vogels en bloemen eruit.'

Het begint met zo'n vijftien gulden cd'tje bij Concerto. Dichterliebe opus 45. Zang Peter Schreier. Nooit van gehoord. Ik koop wel vaker klassieke cd's op de gok. Spreekt het werk me aan, kan ik altijd nog op zoek naar de beste uitvoering. Wat zingt die vent nou? 'Ich hab' im Traum geweinet, ich traümte du lagest im Grab.' Tekst van Heine. Mooi. Ik zing het na. Ook mooi. Mooier eigenlijk, want hij zingt of hij al drie weken niet kan poepen en ik zing waar het over gaat. Hoe zou je dat vertalen? Wij huilen niet in een droom. Wij zeggen: ik droomde dat je dood was, ik huilde in mijn slaap. Pats, dat komt aan. Blozend bel ik mijn producer en pianist Jakob Klaasse. Schumann in het Nederlands, waarom niet. Voor hem een mooie aanleiding nu eindelijk de partituur te kopen, welke ligging, tenor of bariton? Weet ik veel wat ik ben, doe maar wat.
Met begerige oren zap ik de cd nog eens door. Ook Ich grolle nicht spreekt aan. Maar wat wordt dat? Ik voel geen wrok, ik voel geen haat, ik haat je niet, ik ben niet boos maar verdrietig. Ik zoek geen wraak. Die klinkt het best.
Voor een optreden in België, lekker ver van huis, proberen we het uit. In de soundcheck is het schrikken, ik heb met de plaat meegezongen, dat klopte wel ongeveer. Maar nu kom ik noten te kort of hou over. Jakob past zich aan en ik laat me gaan. Ik heb nog nooit zoiets moois gebracht. 'Luister ook eens naar lied 14,' omhelst Jakob bij het afscheid.
'We gaan die hele cyclus doen, nou goed,' schamper ik. Maar al in de auto terug weet ik: waarom niet! Aan het werk. 'Im wonderschönen Monat Mai.' Wonderschoon is een germanisme, de maand van mei lariekoek. Het duurt toch even voor ik 'En op een mooie dag in mei' heb gevonden. Voorlopig afdoende. Het rijmschema dwingt naar ontsprongen, gezongen, doordrongen, met wat? Mijn liefde voor een jongen!

Ik zet Schreier op tape en pak een vrij spoor ernaast. Nog tijdens het inzingen, verdrinkt mijn stem in tranen, wat een melodie, wat een liefde. Dit is mijn verhaal! Over E. en mij! Een lied per dag. Via laptop en rijmwoordenboek direct door naar de band, de partituur in de hand, want de vertaling mag naar de geest, maar er mag geen noot bij of af. Ik kan Schumann zelfs helpen. Die moest het met klare teksten doen, nu ga ik van de muziek uit, wat betere klemtonen oplevert. De legato's splits ik op. Gebonden Hollands klinkt vooroorlogs, zing liever zoals je praat. Gewend aan het hertalen van Amerikaanse hits is Duits een cadeau, wat je in Engels aan lettergrepen tekortkomt hou je nu over, alleen al aan meine en seine. Over naar Heine. Dat rijmt. Doet hij ook. Aan alle kanten. Net als ik. En we houden beiden van pathos en zwelgen in luxeverdriet. Met twinkeloogjes naast een flinke portie hartzeer in de binnenzak. Ik kan het niet laten en sla vast lied 16 op om te weten hoe het afloopt. We gaan ze begraven, die Alte böse Lieder, in een kist zo groot als het Heildeberger vat, op een baar zo lang als de brug van Mainz en door twintig reuzen in de zee geplempt. Heidelberg en Mainz gaan het niet halen, maar de laatste regels mogen letterlijk: 'En weet je waarom die kist nou zo groot en zwaar moet zijn? Mee gaat al mijn liefde, mijn tranen en mijn pijn.'

Ik ben wel een kwartier aan het snikken, leg het zelfs op de digicam vast. 'Als ze straks zeuren dat het prut is, is dit het bewijs dat het menens was,' proest ik door mijn zakdoek. Fijn voor het nageslacht. Want al die typetjes die denken dat ik pommetje horlepiep ben, krijgen 'm voor de kiezen, dit meesterwerk. Alles wat ik de afgelopen twintig jaar heb gedaan, valt op zijn plaats. Het gegoochel met huilende zigeunerbroertjes, de gedichten op muziek, de popvertalingen en mijn stem die toe was aan iets nieuws. Was ik niet een half jaar terug spontaan gestopt met roken? Liep ik niet al maanden met het adres van een zangleraar op zak? Had ik me niet laatst in het Concertgebouw nog vreselijk zitten ergeren aan zo'n galmbak die van een intiem liefdestekstje een Griekse tragedie maakte? We spelen toch ook geen toneel meer als de Bouwmeesters! De microfoon is al lang geleden uitgevonden, jongens! En Schumann is gewone mensenmuziek, het cabaret of levenslied van die tijd, door oom of zusje gebracht tijdens de thee!

Mijn sportvriend heeft het conservatorium afgemaakt. Pisnijdig is hij, als ik hem een stukje voorzing. 'Zo mag je dat niet doen. Bewerk André Hazes of zo...' Maar als ik verzeker dat meneer Vrieskou van mij in de winkels mag blijven liggen, zolang een kunstwerk de kans krijgt zich te vernieuwen, bindt hij in dat het idee weliswaar belachelijk is, maar de vertaling niet en loopt even later zelf 'Een mooie lentedag in mei' te galmen, want dat is het nu geworden. 'De bloempjes, de bijtjes, de kalfjes in weitjes' geeft ons toch zeker een sterker lentegevoel dan 'Die Rose, die Lilie, die Taube, die Sonne'?

De eerste zangles is een openbaring. 'Je knijpt in het hoog, terwijl je je strot daar juist ruimte moet geven.' 'Bodem maken, ik hoor de klik.' 'Niet op de kop pakken, in de noot glijden.' 'Hier staat een triool, de tellen zijn op.' Muzikantentaal. Koeterwaals, maar helder. Intussen is het ook fijn dat iemand voor geld naar mij luistert, want een luisterend oor is een rood potlood.

Wie ik tegenkom, val ik ermee lastig, het is het enige waar ik over wil praten. 'Seth Gaaikema is ook met Schubert bezig geweest,' weet een kennis. (Schubert, Schumann, een pot nat.) 'Een dromerige dag in mei.' Ai. Misschien is het er allemaal al! Tweedehands blijkt zijn Heine-boek ruim op voorraad. Een eerste blik stelt gerust, we hebben geen halve zin gelijk. Waar ik geen wraak zoek, hoe mijn hart ook breekt, is hij niet boos, nu je voor een ander koos. Vertalingen kunnen prima naast elkaar bestaan, heet dat dan. Maar met de bijbehorende elpee ga ik nog menig feestje opvrolijken. Oom Seth zal er net zo enthousiast aan hebben gewerkt als ik, maar ik voel toch met Martin van Amerongen mee in zijn boekje Heine in Holland - ik koop en lees nu alles : 'Dit is geen hertaling, dit is geen eerbetoon, dit is een moordaanslag.' Op de hoes portretten van de kunstenaars gespiegeld aan Seth en zijn begeleider. Erg pedant. Voor uitkijken.

Ook De mooiste van Heine, een seriebundeltje van Amber, is gepruts: Ik heb in mijn droom geweend, ik droomde dat je lag in je graf. En de jongen was akelig ervan. Mag dat allemaal zo maar? Of ben ik net zo erg?

Dagje pauze dan maar. Roze Kermis in Tilburg. Op het podium Imca Marina, naast mij een jongen die vraagt of ik nog muziek maak. 'Wat zeg je? Of ik Heine ken? Nee, ik lust geen bier.'

Met de toettoet naar Düsseldorf. Geboortehuis van Heine, Heine-museum met de vleugel van Schumann, de straatjes waar hij liep, de Rijn zoals hij hem zag stromen Ik voel me erg verbonden. Zo vaak zocht ik iemand om de krachten te bundelen. Dit is het, samenwerken met de doden! Geen gezeur en gezeik! Geen half geld! En nog genieën ook!

Dat ben ik niet, maar de toverlamp is in liefdevolle handen. Hoe harder ik poets, hoe meer het gaat glimmen. Dat gerek en getrek van die bolle tenoren staat helemaal niet in de partituur. En die metaforen over de natuur zijn na anderhalve eeuw zo stoffig en misbruikt dat ik ze niet tot leven krijg. Hoera, wat lees ik? Heine was een grotestadsjunk! Alle nachtegalen en rozen eruit! Wat moet ik met 'Ich will meine Seele tauchen in den Kelch der Lilie hinein'. Ik weet net dat een lelie wit is. Waar wacht ik op. 'Ik wil dat mijn ziel wordt gedompeld in een glas dat vol is gegooid met hem, mijn bevroren champagne, vannacht door de drank ontdooid.' Die bevroren champagne komt uit een quote van Heine over Hollandse vrouwen.

Die drank is er bijgehaald, maar ik mag deze soap best met eigen ervaringen verrijken. En als ook Fischer-Diskau in zijn Schumannboek opgooit dat het gejubel van lied 3 tekstmatig matig in de cyclus past, laat ik die vast zorgelijk aflopen. Ook het sprookjesbos gaat op de helling. Fijn hoor, krekels in symfonie, blauwe vonkjes op twijgjes en forellen in woeste beken die uit marmersteen breken, maar geef mij maar een Jongensboerderij als droomland. 'Die liggen met hun kontjes de hele dag omhoog en al die natte mondjes, we houden het niet droog.' Het past prima bij de muziek en ik zou niet weten wat er tegen is. Dus beginnen we weer van voren af aan en wordt het geen lente omdat alle rozen opensprongen, nee: in 't park lag iedereen te tongen en een hondje werd besprongen. Sterren die praten, puh, dat kan niet eens. En van die bruiloft met reien en schalmeien maak ik een optreden van Willeke Alberti. Dat ik naar voren wil dringen en mijn prins daar met die ander zie zwieren en zwaaien. Wordt Hör ich das Liedchen klingen een hommage aan Telkens Weer…

Hoe lichter de woorden, hoe verdrietiger het wordt. Je zou die jongen zo beetpakken en bij me zetten. Kleine complicatie: in het echte leven kom ik de Ware tegen. Een meisje nog wel. Ik realiseer me nog eens, wat ik allang weet: ik ben geen homo en alle pogingen er een te worden zijn mislukt. Wat nu? Alle hij's veranderen in zij's? Een hetero-plaat verkoopt nog beter ook! Nee, het gaat niet over haar. Niet zeuren. Met Lolita in plaats van Tadzioe was Dood in Venetië niks geworden.

De mooiste vleugel staat in de oude Dureco studio. Jakob heeft voor het eerst in dertig jaar popcarrière vooraf geoefend en mijn kastje dat apennootjes bijstemt maakt overuren. Had ik niet beter een jaartje kunnen toeren? Nee, vroeg vastleggen, als het nog leeft en geheimen heeft. En ik kan toch gewoon inprikken? Daar gaan we. Coupletje voor coupletje. Concentreren, vier regels, rust. Concentreren, vier regels, rust. De hoge uithaal in Ich grolle nicht krijg ik niet goed op borststem. Jammer dan.

'Genoeg genoeg gezongen; genoeg genoeg gehoord,' begint mijn slotlied, maar tijdens het intro zie ik het op de muur staan: 'Genoeg van jongens, genoeg gescoord.' En nu snap ik het pas. De Dichterliebe! Mijn afscheid van 18 jaar lief en leed in homodorp! Wie drooM omdraait tot leven, krijgt levenslang voor Moord. Daar gaat het over!' En ik voel hoe ze tijdens het zingen uit mijn lichaam wegtrekken: Droomjoch, Geluksland, de Jongens-in-de-verte, Grote Broer en Kleine Broer, de Jongen van Woudsend en het knopje Onvervuld Verlangen, allemaal in de grote kist. De naklank smoort in gesnuf en gesnotter. Mijn hart was te groot en ik heb het gebroken zodat het weer past. En nog vastgelegd ook. Knap hoor. 'Een kunstenaar wil verlichting in een mensenhart brengen,' vond Schumann. En dat kan op veel manieren. Dus of de luisteraar straks geroerd is, of op de grond rolt van het lachen, ik zit goed. Heil Heine!

© Jan Rot

Terug