Liedteksten

Streetbeats

Single

Rot en Roll

Counting sheep
Singles '82-'88


Rot, warm & tender

Hoop & liefde

Een zee van tranen

Koning Jan

Schout bij nacht

Rot voor jou

Piano en gitaar

Meisjes

Email to Berlin

Van Rot Los &
Dichterliebe
An + Jan 1


Alle 13 Schubert
An + Jan 2
ont>
     

Muziekschema's

Is dit liefde
Afscheid
Heb uw lot lief
Als de wind waait

De songteksten en de muziekschema's zijn met toestemming van Jan Rot op deze site gepubliceerd.

 

Hoop & liefde

Hoes Hoop en liefde

De Hoop

Klokke vier wekte ons de stuurman met zijn
kreet: "alle hens aan dek!" 't Was de wacht
geweest in het vooronder die ontdekt had:
"boots, we varen lek..." Verloren leek ons
schip, gevangen op een klip.

Onze "Hoop" maakte steeds meer water, de
vraag was enkel nog wanneer ze kapseizen
zou. De kleine scheepsjongen bad stilletjes
tot Jezus, of die voor zijn oude moeder
zorgen wou. Verloren was ons schip, gevangen op een klip.

De kapitein vocht op de plecht, maar recht
kreeg zelfs hij het roer niet. Het schip
brak, toen kantelde de ra. Sloeg twee man
overboord,

Ik werd wakker in een sloep naast de
bootsman. Ik greep zijn hand maar die was
al koud. Met proviand voor twee, drie weken
en een maand ver uit de kust, weet ik:
een jongen op de vaart, wordt zelden oud.
Aan de einder blinkt een stip: de resten
van ons schip.

Lia

"Je blijft vanavond hier en daarmee uit",
roept moeder kwaad. Daar ligt Lia snikkend
op haar bed. Nu zijn ze zo dichtbij en zal
je zien dat zij niet gaat. Dan voelt zij in
haar zak de sleutels van de Mobylette...
Lia rijdt over de Dijk door regen en door
wind. Zo hard ze kan, het is al negen uur.
Ze denkt aan Wilma haar vriendin en hoe
laat de band begint. Een windvlaag, ze
glijdt uit, verliest de macht over het
stuur...

"Je blijft vanavond hier en daarmee uit",
roept Wilma kwaad. Haar zoon rent weg en
zij, zij schudt haar hoofd. Dan hoort ze op
de radio ineens een oude plaat. Over Lia,
van een band waar zij in heeft geloofd.
Ze was helemaal vergeten hoe mooi de zanger
zong. Iedereen wordt oud, maar Lia, (Lea,
Leah) blijft voor altijd jong.

Zo mooi, zo wreed

Hij draait zich om en van haar af. Zoekt
naar een zuigzoen, vloekt, strijkt zijn
haar glad. Glijdt traag in zijn kleren en
vraagt haar om een vuurtje. Hij blijft voor
het venster een sigaretlang staan. "Ik moet
zo weg", zegt 'ie, zijn jas al aan. Tussen
komst en vertrek zit amper een uurtje...

Hoe kan iemand zo mooi, zo wreed zijn. Hoe
kan iemand zo mooi, zo wreed zijn. Wat zij
echt voor hem voelt schijnt niet ter zake,
hij komt hier voor één doel...

Een paar weken later ineens de telefoon.
"Waar heb jij uitgehangen?" Ze hoort de
hoon als 'ie zegt: "ik kom zo dadelijk bij
je..." Zij neemt zich voor hem nu de
waarheid eens te zeggen, zodra ze opendoet
begint ze uit te leggen, maar hij snoert
haar de mond, leidt haar tot bed, en zegt
een half uur later pas: "o ja, daarnet, wat
zei je..."

Hoe kan iemand zo mooi, zo wreed zijn. Hoe
kan iemand zo wreed, zo mooi zijn. Hij komt
hier voor een doel: 'm flink te raken. En
wat zij voor hem voelt schijnt niet ter
zake. Hoe kan iemand zo... hoe kan iemand
zo wreed, haar zo de baas zijn!

Valerie

Bij de Dwingeloose hei, in een bos op
Drentse veenklei, kwamen jongens uit de
buurt. Op hun fiets en motor crossen naar
de hut die was gebouwd, naar de hut die was
voor Valerie.

Valerie, zij was de mooiste van het dorp.
Valerie, Valerie, zij was de mooiste van
het dorp, maar niet goed wijs, Valerie,
Valerie, Valerie was niet goed wijs.

Alle jongens mochten komen, nauw heeft zij
het nooit genomen. Alle jongens mochten
komen, en ze kwamen. Een voor een voor een.
Broek omlaag en d'r op en d'r af bij
Valerie

En ze ligt er nu een week, wie 't weet die
kan het ruiken. Maar de jongens uit de
streek hebben baarden, heebn buiken:komen
nooit meer naar de hut, komen nooit meer
naar de hut van Valerie.

Mijn paradijs

Voorbij, voorbij, mijn paradijs. 't Was
goud voor mij, lucht voor jou. Voorbij,
voorbij, mijn paradijs, ik wist niet dat
het je zo weinig zei.

Als we af hadden gesproken stond ik uren
van te voren al te turen op de klok. Maakte
iets lekkers in de oven, haalde de beste
wijn van boven, en een bezem door mijn hok.

Voorbij, voorbij, mijn paradijs. 't Was
goud voor mij, oud roest voor jou. Voorbij,
voorbij, mijn paradijs, ik wist niet dat
het je zo weinig zei. Voorbij. Jij wilt
"wel weer eens iemand anders". "Voorbij",
zei je zo even tegen mij...

Voorbij. Jij vindt ons twee&eumln "niet zo
spannend meer". Voorbij. Maar wil nog "best
wel vriendjes blijven". Voorbij, wat jou
betreft is het voorbij. En dat zeg je zo
tegen mij? Voorbij. Voorbij, mijn paradijs!

Kies voor mij

O kus mij, omarm mij. Ik ben al wel geen
achttien meer, maar ook nog lang niet oud.
Ik ben geen vlotte vlinder, maar ook niet
getrouwd. O kus mij, omarm mij.
Kies voor mij.

Er zijn hier twintig anderen die breder
zijn dan ik. Er zijn hier dertig anderen
die beter zijn dan ik, en vijfenvijftig
anderen die rijker zijn dan ik.
Maar o kus mij, omarm mij, kies voor mij.

Als je beter kijkt, dan ben ik niet eens
lelijk, als je beter kijkt, dan heb ik
zelfs iets moois. Als je me de tijd geeft
dan kun je met me lachen, als je me de kans
geeft, kan ik je wel iets kwijt.
O kus voor mij, omarm mij, kies voor mij.

Ik ben te verlegen, weet dat ik dat niet
kan. Maar als jij het ijs breekt, maak ik
er blokjes van. O kus mij, omarm mij,
toe, kies voor mij.

Vaas vol dode bloemen

Een vaas vol dode bloemen herinnert nog aan
jou. Een notitie in jouw handschrift, die
op de Gouden Gids staat. Een witte klok in
marmer, die ik zelf nooit had gekocht, en
een poster van Picasso op het toilet.
En de leegte in mijn hart, en het malen van
mijn hoofd: het herinnert mij de hele dag
aan jou, herinnert mij de hele dag aan jou.

Als de telefoon gaat en iemand vraagt naar
jou, als ik bij de post geen brief van
maar wel voor jou vind. Als ik uit gewoonte
thee voor twee man heb gezet, lijkt het net
of ik niet kan en mag vergeten... Want de
leegte in mijn hart en het malen van mijn
hoofd: het herinnert mij de hele dag aan
jou, herinnert mij de hele dag aan jou.

Jouw zielerust bevordert de mijne niet. Was
elke kus van liefde dan voor niets? Waarom
ben jij ook van mij weggegaan op deze
manier? Het herinnert mij de hele dag aan
jou, herinnert mij de hele dag aan jou.

De vaas met dode bloemen heb ik bij de
straat gezet, de rest zal hoogst
waarschijnlijk met de jaren slijten.
Maar niet de leegte in mijn hart.

Dikke lul

Wat waren wij gelukkig... Toen kwam de dag
dat je zei: ga maar weg. Dom dikkiedom
dikkiedom dikkie dikkie dikkie deo. Met
tandenborstel en gitaar ging ik op weg. Dom
dikkiedom dikkiedom dikkie dikkiedikkie dee

Als Palmpasen en St. Maarten op een dag valt
kom ik terug. Stroomt de Rijn van zee naar
Lobith dan kom ik wel weer eens terug. Maar
eerder zul je mij niet zien al kreun je ook
van spijt, want ik blijf geen daglang leven
in voltooid verleden tijd

Na maanden van stilte ontving ik je brief.
Dom dikkiedom dikkiedom dikkie dikkie
dikkie deo. Hoe of het was en hoe het ging
en wat ik zoal dee. Dom dikkiedom dikkiedom
dikkie dikkie dikkie dee...

Hoop maar, wacht maar totdat je een ons
weegt of minder misschien. Wacht maar, hoop
maar, mij zul je nooit meer levend zien.
Nee, eerder zul je mij niet zien al kreun
je ook van spijt, want ik blijf geen
daglang leven in voltooid verleden tijd.
Ook al waren we gelukkig. Dom dikkiedom
dikkiedom dikkie dikkie dikkie deo:
dikke lul!

Nu niet en nooit

Ik zie je wel. In elk gezicht, in elke
broek. Elke beweging in mijn ooghoek, ik
zie je overal. Maar als je dan echt ineens
voor me staat, heb ik niets te vertellen,
valt er niets te versieren dan een jonge
met ijs

Want je houdt niet van mij, nu niet en
nooit. Nu niet en nooit. Ik heb me ervan
verzekerd dat mijn liefde is vergooid, maar
ik hou van jou, nu en voor altijd. Nu en
voor altijd, vergeefs en ongewenst.

Ja, lach maar naar me, pak me maar vast,
leg je hand maar op mijn schouder. Alsof
het zo niet erg genoeg is. Was jij maar
dood, was jij maar dood, hoefde ik niet
langer te verlangen en werd mijn lijden
legitiem.

In slaap

Ik houd er niet van 's nachts te slapen met
je hoofd tegen mijn schouder. Ik houd er
niet van 's nachts te slapen met je hoofd
tegen mijn borst. Want dan denk ik aan de
dood die zo snel komt en ons diep in doet
sluimeren. Met je hoofd tegen mijn schouder.

Ik zal sterven, jij zult leven en dat is,
wat me wakker houdt. Is er nog een angst?
Dat ik op een dag jouw adem niet meer hoor
bij mijn oor, mijn borst, mijn hart. Met je
hoofd tegen mijn schouder.

Nee, ik lig niet liever los dan met je
hoofd tegen mijn schouder. Met je hoofd
tegen mijn borst.

Alles past al in elkaar

De oude accordeonist, niet arm, niet blind,
niet bezopen. Leunend op de reling in een
baai ergens in de Oost. Denkend aan zijn
slotzin uit een brief van lang, lang
geleden, die hij bij z'n allerliefste
makker achterliet als troost:

"Alles past al in elkaar zonder mij, zonder
mij past alles in elkaar. Alles past al in
elkaar zonder mij, zonder mij past alles in
elkaar"

En ergens in het westen draait de waard het
grote licht uit. Schenkt een borrel, neemt
achter zijn barrelpiano plaats. En speelt
een melodietje uit een ver, ver, vaag
verleden. Zit in zijn gedachten weer in
Holland aan het water en zingt tweestemmig
met zijn maat: lalala

(Als jij dit hoort zijn ze al twintig jaar
dood of wonen ieder alweer ergens anders in
een of ander verlaten oord. Maar wees niet
te zeker dat zij niet bij je zijn als jij
dit hoort: als jij dit hoort)

Liefde

Eindelijk heeft Joseph het bij mij gedaan:
ik weet nu, dat ik een man heb.
op straat trippel ik trots naast hem mede,
stil naar hem opziend.
Ik ga gebloemde bloesjes dragen.

De muziek van Zo mooi, zo wreed is gebaseerd op
CuCuRuCuCu van T. Mendez Soza (Peer Music),
de ode aan Lia, Lea en Leah is geschreven
op een tekst van Leo Kenter; Liefde is een
vers van Gerard Reve, afkomstig uit Het
Zingend Hart
(Atheneum Polak & Van
Gennep, 1973) en nadien opgenomen in
Verzamelde Gedichten (Veen, 1987).
De tekst van In Slaap is een fragment uit
Plain-Chant van Jean Cocteau (Ed. Gallimard,
1922), vrij naar de vertaling uit
Homoseksuelen in de Geschiedenis van
A.L. Rowse (Arbeiderspers, 1984). Overige
teksten en muziek: Jan Rot, YaYa/EMIMusic,
1990.

Terug naar overzicht


Een zee van tranen

Hoes Een zee van tranen

Was ik dat jaar maar blijven zitten

Ik liep van de week langs mijn oude school, en
zag ons op het plein -haar tot op de schouders,
wijde pijpen, hoge zool- verliefd, verliefd te
zijn. Je pukkel, je parka, sleepten op de grond
zoals je in m'n armen hing. De pauze Ž&eacuten
knallende kus van een kwartier totdat de bel
weer ging. Was ik dat jaar maar blijven zitten.
Was ik maar niet van school gegaan. Ach, had
ik dat en dee jij ditte...
Zoals 't gegaan is, is 't gegaan.
Ik had al wel vaker vriendinnetjes gehad, maar
dat was nooit echt...echt. Al het allereerste uur
dat je naast me zat was onze toekomst
vastgelegd. We liepen de godganse dag hand
in hand, de hele school werd ziek. Van algebra
tot scheikunde, altijd bij elkaar - behalve dan
met gymnastiek.
Het advies luidde HAVO, maar je koos mijn
pakket. Zo bleven we bij elkaar. Ik hielp je
met huiswerk, maar dat deden we op bed, en
de school werd je te zwaar. Dan kreeg ik een 9
en had jij weer een 4; ook al had je goed
geleerd. Bij mij stond 'geslaagd' op het
eindrapport, maar jij was 'gedoubleerd'...
Was ik dat jaar maar blijven zitten, had ik m'n
best maar niet gedaan. Ach, had ik dat en dee
jij ditte... wat verander je eraan. Jij bleef op
school, ik kreeg een baan.
En zo, is het voorbij gegaan.

Rocker in Holland

Hobbelend in het busje, versterkers in m'n nek.
De band was vannacht weer weergaloos, de
opkomst en respons niet te gek. De toer leidt
van Tiel naar Donderen en van Grouw naar
Nieuwegein...
God straft wie Rocker in Holland wil zijn.
In het bezemhok dat dienst doet als kleed-
kamer, zeurt een fan over mijn eerste plaat. Ik
vertel 'm van mijn laatste, hij weet niet eens
dat 'ie bestaat. En er was ook ooit Ž&eacuten groupie,
ja, met wie de drummer nu al drie jaar gaat.
Tussen Ans en Piet & de Piraten op een
modderig camping-terrein. Voor de radio met
een bandje: 'ja Heerlen, hier komt het refrein!'
M'n manager zegt: 'doe het toch maar joh,
want de markt is al zo klein...'
Gaven ze mij een gulden voor elk lied dat ik
heb gespeeld (in zo'n zwaar gesubsidi&eoumlerd
jeugdhonk in een groeikern waar elke jongen
of meisje zich te pletter verveelt) dan kocht ik
een mooie motorfiets en verdween voorgoed
uit beeld. Want God straft wie rocker in
Holland wil zijn.

A Mineur (Pijn)

Pijn, pijn, pijn. Maar laat maar, laat maar. 'K
Heb toch m'n piano en m'n gitaar. En een A
mineur, een D mineur, een A mineur, een E. Ik
ben een lange bange jongen en alle leven gaat
aan mij voorbij met een A mineur, een D
mineur, een A mineur, een E.
Geef me de G voor het grote gebaar. Zwaar
pathetisch, maar niet minder waar. In mijn
hoofd klinken tachtig violen, en ik huil van
pijn, pijn, pijn. Maar laat maar, laat maar. 'k
Heb toch m'n piano en m'n gitaar. En de macht
tot een troostrijk slotaccoord.

Hond met bijnaam Knak (Jan Hanlo)

God, zegen Knak
Hij is nu dood
Zijn tong, verhemelte, was rood
Toen was het wit
Toen was hij dood
God, zegen Knak

Hij was een hond
Zijn naam was Knak
maar in zijn hondenlichaam stak
Een beste ziel
Een verre tak
Een oud verbond
God, zegen Knak

Jimmy boy (Harry de Groot)

De eerste roos die ik kreeg was van Jimmy
Boy. Ik kreeg een kleur en ik zweeg. Maar
mijn Jimmy Boy sprak: 'is het zo naar je zin?
dit is nog pas het begin...'
En de rozen die ik kreeg als bruid, kreeg ik
van Jimmy Boy. De klokken klepten luid voor
mij en Jimmy Boy. Hij keek heel ernstig en
zei: "de mooiste roos ben jij..."
En de laatste roos die ik kreeg was van Jimmy
Bo. Nu is mijn leven leeg zonder mijn Jimmy
Boy. De rozen die hij me gaf heb ik
neergelegd bij zijn graf.
De laatste roos die ik kreeg, kreeg ik van
Jimmy Boy. Jimmy, Jimmy, Jimmy Boy.

Lena (Rondom tien)

In Rondom Tien had hij 't gezien: een blonde
trien die liet zien hoe ze was geweest
voordien. Hij wist meteen: 'zo ben ik ook!' en
schiep een beeld hoe het zou worden ooit
misschien. Hij zag haar lopen, hij zag haar
praten, hij zag wit zonlicht in goud-krullend
haar. En in het raam zag hij haar naam: 'ik
noem je... Lena'. (Oh Lena, oh Lena, vergeet
me niet. Ik geef je, oh Lena, mijn hartsverdriet.
Oh Lena... remember.)
Hij kreeg een meisje, een bloedmooi meisje.
Ze heette Ann en ze maakte hem tot man.
Want hij had dit en zij had dat, en al die
dingen die hij niet bezat. En als ze sliep, dan
werd het Lena.
Het ziekenhuis belde me thuis: 'er is iets
misgegaan, kom snel, 't is zo gedaan!' En ach,
daar lag ze, zo breekbaar lag ze. Ze is die
nacht van hel tot hemel opgegaan. Ja, na een
leven als een jongen is ze tenminste gestorven
als een meisje. En op haar graf staat het
bewijsje: 'Hier rust Lena'.

Mijn liefste schilderij (Bert Stroo)

In de straat staat een huis in een rij. D'r gaat
echt niet Ž&eacuten dag voorbij dat ik daar niet even
naar binnen gluur. Want daar aan de muur
hangt mijn liefste schilderij...
O lief zigeunerbroertje, zie je me niet? Lief
klein zigeunerbroertje, met al je verdriet. Ik
ben net zo eenzaam, zo eenzaam als jij, lief
huilend broertje op dat schilderij.
Twee dikke tranen biggelen over z'n wang.
Maar hij kijkt niet alleen verdrietig, hij kijkt
ook bang. Hij draagt aan z'n lijffie een rafelig
hemd; een stok en een bundeltje kleren in z'n
knuistjes geklemd.
Ik dacht: 'ik bel aan en maak eens een praatje.
Maar wat een illusie! Ik ging weg met ruzie en
durf nu nog nauwelijks dat huis nog voorbij.
O lief zigeunerbroertje, zie je me niet? Lief
klein zigeunerbroertje met al je verdriet.
Toe kom, kom nu naar buiten en ga met me
mee! Mee naar het zuiden. Broertje ga mee,
broertje ga mee...

Het verdriet (Willem de Merode)

Ik heb gewerkt, ik heb gebeden
Ik heb geworsteld met 't verdriet
Ik heb gebogen als het riet,
En soms heb ik 't met laffe vlucht gemeden.

Nu stelt 't zich ondoordringbaar voor mijn
staren
Als van de nacht het nevelig begin.
Maar als een lichtende lantaren
Hef ik U op en volg U 't duister in.

Maria (Bid voor ons)

Sancta Maria, Mater Dei,
Ora pro nobis peccatoribus,
Nunc et in hora mortis nostrae.
Amen.

Broertje en ik met vakantie, de Middellandse
Zee. Broertje ziet een eeuwenoud kerkje, gaat
naar binnen. Ik ga mee en brand snel een
kaarsje als Broertje niet kijkt:
'Maria, bid voor ons...'
Ver van huis en ons werk, tussen vreemde
mensen, blijkt dat wij, ook voor elkaar,
vreemden geworden zijn. Wanneer het is
begonnen en hoe lang het al zo is? Huiverend
van wanhoop bij de kitsch-verlichte nis, roep
ik in stilte het beeld voor me aan:
'Maria, bid voor ons. Wij zijn niet groot, ons
probleem geldt als klein in een wereld die
doordraait of wij al dan niet samen zijn. Het
eten is goed en we lachen wat af, maar ik voel
dat het fout gaat. Deze vakantie wordt ons
graf...'
Broertje staat naast me, de ogen gesloten. Ik
kuch. dan lopen we zwijgend naar buiten, en
zwijgen de lange, lange weg terug. Ach, had ik
geweten dat Broertje hetzelfde dacht!
Misschien dat dat ons weer dicht bij elkaar had
gebracht. Nu stonden we samen en toch zo
apart en de moeder met kind hoorde twee
eenzame harten: 'Maria, bid voor ons...'

De eerste vijf jaar

Het huis waar wij in woonden had ŽŽn keuken
voor ons allen. Drie huishoudens die deelden
een gezamenlijk toilet. In de kamer boven de
onze was elk weekend wel een feestje. Om bij
de telefoon te komen moest je over 't bed.
De eerste vijf jaar zijn gratis, de eerste vijf jaar
gaan als vanzelf. Maar 'verliefd, verloofd,
getrouwd', van hartstocht naar tevree. Van tien
keer in de week naar een keer of ŽŽn,
hoogstens twee.
En we verdienden met z'n tweeen, wat ik nu
krijg in m'n eentje, en dat was toen per maand
en nu per week. En we hadden vaker woorden,
o, ik kon je wel vermoorden als je ook maar
even iets te lang naar een ander keek. Maar de
jaren gaan voorbij, ŽŽn voor ŽŽn voor ŽŽn voor
ŽŽn. EŽn voor ŽŽn voor ŽŽn gaan ze voorbij...
Maar als ik 'liefste' zag dan glinsteren je ogen.
En als we samen kussen, draait nog steeds
alles rond. De eerste vijf jaar waren gratis.
Maar de eerste vijf jaar zijn nu voorbij.
Misschien moeten we 'ns praten over wat me
zo benauwt; dat 'verliefd, verloofd, getrouwd'.

Jimmy van Vliet

Het fluistert in 't koren, het juicht in het riet:
'Jimmy, Jimmy, Jimmy van Vliet...'
Hij is al een jongen, en ik nog een kind. Maar
Jimmy is mijn vrind.
Stel dat 'ie voelt, wat ik voel, en dat 't 'm
stoort... Mijn hart bonst zo in z'n buurt, je zou
zweren dat 'ie 't hoort!
Ik wou dat ik wist of hij weet wat ik droom:
Jimmy, mijn jongensdroom.

Broertje dood

Als ik als tweeling was geboren waarvan
broertje dood, had ik misschien begrepen wat
ik mis. Maar nooit heeft vader mij op schoot
getrokken, nooit heeft vader mij gezegd:
'ik vertel je nu van Broertje Dood...'
De zolder van de oma van mijn
schoolkameraadje, inschemering gehuld. De
bedstee een koets voor twee kleine prinsen.
Dicht tegenaan, bij het schijnsel van een
straatlantaarn. 'Slaap niet in, dan word je ook
niet wakker. Slaap niet in, want dan word je
Broertje Dood.'
CoupŽs zijn vol, het gangpad leeg ŽŽn minuut
voor Haarlem. De soldatentas schuift zijn voet
vooruit. Khaki-groene benen, koppelriem en
kinderhoofd. 'Stap niet uit, maar toon eerst je
gebreken. Stap niet uit, want dan word je
Broertje Dood.' Als ik als tweeling was
geboren, had ik begrepen wat ik mis.

Samen uit elkaar

Het uur van de waarheid is gekomen. We zijn
er langzaamaan naar toegegroeid. De bloem
van onze liefde die een boom leek, is na zoveel
zoete zomers uitgebloeid.
Er was er maar ŽŽn, dat waren wij. We hadden
ŽŽn weg en ŽŽn doel, het Grote Gevoel: tot de
dood bij elkaar. We deden geen dag zonder
ons, we deden geen stap zonder ons. Eenheid
van tijd en van plaats, maar alles vergaat.
Samen uit elkaar.
Hadden wij dit vantevoren geweten? Dan nog
hadden we het net zo gedaan. We mogen van
ons leven niet vergeten hoe dicht wij bij elkaar
hebben gestaan. En zonder haat en harde
woorden, gunnen we ons een laatste nacht. Wij
die lang tot elkaar behoorden nemen afscheid
deze nacht. Er was er maar ŽŽn, dat is voorbij.
Straks zijn we alleen. Nu zoeken we steun bij
elkaar, heel even nog maar. Samen uit elkaar.

Bruidsklokken

Je trouwkaartje trilt hevig in mijn handen:
'wees welkom op onze bruiloft', dan en dan.
Ikzelf kan je niet aanzien met een ander, maar
voor jullie hoop ik er het beste van.
Bruidsklokken luiden in het kerkje. Maar waar
ze moesten luiden voor ons beiden, schrijd je
door het gangpad met een ander, en die
bruidsklokken luiden niet voor mij.
Ik droomde van een huisje op de heide. Ik
kocht een klein - maar fijne ring van goud. Ik
zag 'm me al aan je vinger schuiven. O, de
toekomst lijkt zo troosteloos en koud...
Bruidsklokken luiden in het kerkje. Trotse
ouders, een 'mooie trouwpartij'. Ik zit thuis en
buig mijn hoofd in tranen, want die
bruidsklokken luiden niet voor mij.
Ik beeld me je boeketje in met rozen. Ik ruik
de hyacinten in je haar. Het orgel speelt het
lied van onze liefde, o, ik sluit m'n ogen en
even ben ik daar. Bruidsklokken luiden in het
kerkje. Sinds de dag dat je zei: 'goed, ik laat je
vrij', wist ik dat je ooit opnieuw zou trouwen.
En die bruidsklokken luiden niet voor mij.
Nee, bruidsklokken luiden nooit voor mij.

Hard zingend in het donker

Ik vecht tegen mijn tranen. De nagels snijden
in de palm van mijn hand. 'Ach, krijg ook de
kolere!' 't is zo laag, zo arrogant... Hard
zingend in het donker loop ik door de stille
stad: 'lalalala, je krijgt me toch niet klein!'
Dan breekt mijn stem en wordt het stil op
straat.

Alleen in bed

Ik tref je op een feestje en je vraagt hoe het
gaat. Ik pak je bij je hand, maar de man die
naast je staat, grijnst verbaasd en je zegt, met
een kleur: 'dit is Jaap'.
Alleen in bed. Dan is er geen ander en zijn wij
van elkaar. Met je hoofd op m'n schouder, m'n
neus in je haar. Maar als ik besef: 'het is 't
kussen maar', lig ik alleen in bed.
Je komt bij me eten, het is als voorheen -de
zuurkool zoals ik 'm maak, zo lust jij 'm alleen.
En toch pak je je jas en vetrekt, kwart voor
ŽŽn... Alleen in bed. Dan doen we waartoe
liefde drijft, de hele nacht door. En je kruipt in
mijn armen en hijgt in m'n oor. Maar als ik
besef: 'ik ben 't zelf die ik hoor', lig ik alleen in
bed. Ooit ligt hier een ander op wie ik dan
bouw, 'k heb nog geen idee hoe dat zijn
kunnen zou. En tot die tijd speelt het kussen
voor jou, alleen in bed.

Een zee van tranen

Een zee van tranen heb ik vannacht gestort.
Dat ik voor iemand die zo vluchtig is,
heerszuchtig en ontuchtig is, opzij geschoven
wordt. 'k Heb liggen janken in ons grote bed.
Een zee van tranen. Tot het ochtend werd.

Moeder, ik ben niet gelukkig

Soms kijk ik naar boven, dan kijk jij op me
neer, en hoor ik je zeggen tot onze Lieve Heer:
'die jongen beneden, dat is nu mijn zoon. Hij is
best bijzonder en bleef toch gewoon!'
Maar moeder, ik ben niet gelukkig. Moeder, ik
ben haast nooit meer blij. O, ik lach wel als ik
praat, ik zeg: 'het gaat zoals het gaat'. Maar
moeder, het komst steeds dichterbij.
Soms kijkt er mijn vader zo trots van opzij, om
wat ik bereikt heb - veel meer toch dan hij.
Dan veins ik een grijnsje en laat 't maar gaan.
De waarheid te weten, wat heeft 'ie er aan?
Maar moeder, ik ben niet gelukkig. Moeder, ik
ben haast nooit meer blij. O, ik doe wel net
alsof, maar mijn glimlach is te dof. O moeder,
het gaat niet goed met mij.
Ze zei: 'jongen, 'k weet ook niet hoe dat zo
kwam; van het concert des levens krijgt
niemand een program...'
Oh, toe moeder! Ik wil toch zo niet dood, de
wereld is mooi de wereld is groot. O mama,
wanneer word ik weer blij?

Terug naar overzicht