SYNOPSIS

 

EERSTE BEDRIJF  

1. Tamino repeteert de introductie met de dames. Er is geen draak, het bos is een louche barretje, en de prins ligt niet bewusteloos maar staat te flipperen. De dames willen het hapje als vanouds voor zichzelf, en kibbelen wie bij hem blijft terwijl de andere twee hun ‘jeugdvriendin’ erbij halen, de nachtvorstin, bazin van de kroeg. Maar wat moeten ze daar zingen? ‘Ach meid, hij lijkt mij gay.’ (pag.14-25)

2. Ook Papageno wacht een verrassende repetitie. Kooi, vogelpak en burleske pasjes worden verboden en dan sneuvelt er nog eens een couplet van het Flierefluiterslied! (pag. 26-28)

3. Ook de dames leiden nieuwe verliezen, niks geen portretje van de ontvoerde dochter van de Koningin der nacht.  In het nieuwe script ziet Tamino het meisje op een affiche, ze geeft een showtje in een homosauna. Als hij het lied oefent waarin hij haar schoonheid bezingt, staat een overweldigende vrouw hem te bekijken, de (ex)vrouw van de directeur, die het jonge regisseurtje meteen maar onder haar hoede neemt. (pag. 28-33)

4. Op de beroemde Koningin der Nacht-aria vertelt ze haar verhaal en het voordeel van jonge minnaars: ze weten niet wat ze doen, maar doen het wel de hele nacht. (pag. 33-37)

5. Nieuwe repetitiedag. Tamino schept op over zijn verovering, terwijl Papageno een boterhammetje eet: ‘Hm hm.’ Als de dames zijn gearriveerd repeteren ze de ‘Op weg’-scŹne. In de nieuwe tekst zijn toverfluit en klokkenspel werkelijk andere benamingen voor het mannelijk geslachtsdeel. Als de grappen zijn gemaakt gaan Tamino en Papageno ‘op zoek naar een nichtentent voor gratis bier’. De dames wijzen ze naar De Schikaneder. (pag. 38-51)

                    6. In de kleedkamers wordt de productie druk besproken. Monostatos helpt Pamina met haar pruik. De oudgediende in het gezelschap - koning van de bijrol – speelt tot zijn ergernis geen moor meer, maar een valse nicht. Pamina zinspeelt op een overstap naar Harry Potter, de musical. Het wordt hier toch niks. Met pleegbroertje Papageno bezingt ze de situatie vroeger thuis, van moeder nachtvorstin en vader Sarastro als kat en hond. (pag. 52-58)

                    7. Terug bij de repetities. Voor het decor van nichtensauna Schikaneder leert Tamino van drie jongetjes wat binnen gebeurt. Hij waagt het er op, maar wordt bij de hokjes weggestuurd. Zoals vaker schakelt de opera van ‘gespeeld’ naar ‘echt’ als Tamino tijdens een technisch oponthoud door Spreker, een van de figuranten, wordt uitgehoord over zijn opzet en wat hij er mee wil. Als alles weer werkt volgt de spektakelscŹne waar de wilde dieren van eerst nu de heren uit de liefdestempel voorstellen. Tamino verlangt tussen de homo en hobo d’amores toch een beetje naar Pamina. (59-71)

                    8. Het showtje begint, camp en kul. Het voormalige slavenkoor speelt nu voor de Trölflöjten uit Zweden. Halverwege onderbreekt intendant Sarastro de repetitie, hoort wat gemor aan en vraagt iedereen om wat vertrouwen. Pamina mag niet naar de musical en Monostatos moet niet zeuren. Terwijl zangers, techniek en sponsors zich opstellen voor de koffie, wordt het ook in het echt pauze. Wij krijgen nog mee dat Tam en Pam, die elkaar nu pas treffen, beseffen dat ze elkaar al eens hebben gezien, ‘We stonden samen bij de bus’. Alles wijst op een romance. (72-89)

                                                            

TWEEDE BEDRIJF

9. Sarastro bespreekt met zijn getrouwen de situatie en dankzij zijn inspanningen mag Tamino doorwerken. Wordt het een fiasco moeten latere generaties maar oordelen. (90-92)

10. Tamino begrijpt intussen van Papageno hoe de familieverhouding zit en voorvoelt moederdochter problemen. Als de dames zich al zinspelend bij hen voegen begrijpt ook Papageno de situatie. ‘Jongens, kijk uit voor wijvenstreken Ze nemen werk te vaak privé.’ Terwijl Tamino bij het priesterkoor hun Village People outfit gaat recht praten, moppert Papageno na. (90-103)

11. Ook Monostatos heeft het moeilijk. Hoe vult hij de nieuwe rol in? Hoe maakt hij van zo’n plat karakter iets van vlees en bloed? Pamina leest er een boekje bij, dromend van de regisseur, maar dan brengt de nachtvorstin haar dochter fijntjes de fluit die Tamino bij haar heeft laten liggen. In een solo voor zichzelf bezingt ze haar wraak. Dochterlief mag haar rol hebben gestolen, in de liefde wordt het geen herhaling van The Graduate!

Als zij is opgekrast,valt Vader Sarastro binnen en brengt een beetje troost. (pag. 104-111)

12. Tamino zit vast en het gebabbel van Papageno werkt hem op de zenuwen. Papa maakt kennis met de kandidate voor Papagena, maar dat lijkt geen gouden duo. (pag. 112)

13. Op het toneel komt Pamina oefenen. Ze maakt wat stekelige opmerkingen maar Tamino hapt niet. Ze houdt zich flink. ‘Laat dit drama komisch zijn.’  (pag. 113-117)

14. Repetitie van het priesterkoor. In plaats van Isis en Osiris bezingt het nu in tule en leder de homoglorie van Sodom en Gomorra. Zelfs Sarastro wordt het te bar, al springt hij Tamino bij als Pamina ermee op wil houden. Tamino geeft niks toe en de ster verlaat het veld. Haar understudy Papagena kan meteen aan de slag. (118-124)

15. Papageno leest ergens tussen zijn oude spulletjes zijn nieuwe liedtekst. Alweer over piemels! Hij verzint zelf wel wat en koestert zich aan de oude toverfluitwarmte. Maar Papagena breekt in en helpt hem uit de droom. Het script is veranderd: Papageno krijgt geen meisje en zal zelfmoord plegen. Arme Papageno, beschermt niemand dan zijn rol? (pag. 125-133)

16. De jongetjes, de zieltjes, hebben het druk. Hoe stoppen ze Pamina die haar koffers pakt en twijfelt of ze de fluit zal breken of meenemen? De knaapjes leggen haar uit: Als een man op jacht is, moet je zorgen dat hij jou vindt! Ze besluit voor de liefde te kiezen boven de kunst. En voor zichzelf tegen haar moeder. De knaapjes zijn tevreden. Zo blijft liefde het leidmotief. (pag. 134-144)

17. De geharnaste mannen zingen verkleed als rugbykeeper de dogmaverklaring voor  opera van Tamino. Geen goden, helden en tovenarij, maar mensen in al hun kleinheid. Zelf staat hij er peinzend bij, dit kan het toch ook niet zijn. Papagena in Pamina-jurk wacht hunkerend op haar kans, als de echte zich meldt. Pamina blijft, maar zet de boel snel naar haar hand. Het mannetje dat wikt, het vrouwtje dat beschikt. Draai die vernieuwingen maar terug, iedereen blij. De schat ligt bij de regenboog, we leven lang, hoera, hoera, ons leven is geen opera! (pag. 145-156)

18. Papageno, onwetend van het feestgedruis, bedrinkt zich van ellende. Als iedereen zo negatief doet over zijn rol, houdt hij er mee op. ‘Ik kap ermee? Oké?’ Waarom zegt niemand wat. De knaapjes, die lekker in hun mandje lagen, worden wakker van zijn gejammer. ‘Wie wedt er mee, ik waag een gokje: hij komt weer met dat klotenklokje...’  (157-161)

19. Terwijl de knaapjes naar huis gaan, komt Papagena binnen. Ze moeten alsnog een kindbelust echtpaar spelen. In hun afkeer vinden ze elkaar en stuiten zowaar op iets gemeenschappelijks: taalspelletjes! In een rebbel kwebbel scrabblespel wordt het woordenboek gesloopt op ingang pap.  Pa pa pa papaverolie, pa pa pa paveine, pa pa pa Pavarotti. Exit. Wie weet wordt het ooit nog wat met ze. (pag. 162-171)

20. Vanuit de coulissen horen dwarsliggers Mono, Koningin en Dames het optreden. Nu is het afgelopen met Tamino, en zullen ze snel de oude zijn. Maar nee. Een oorverdovende ovatie. Het volk laat zich verlakken met oude wijn in nieuwe zakken! Poeh. De mensen genieten van een sprookjespaar, maar toneel is een leugen. De nachtvorstin laat een briefje zien van Tamino.  ‘Wacht op mij, Koningin, vannacht, tot ik Pamina heb thuisgebracht.’ (pag. 172-176)

21. De voorstelling is geĎindigd. Achter het doek gaat de champagne open. Sarastro brengt een toast uit. Iedereen heeft een heerlijke Toverfluit gehad. Want ach, regie en libretto, verschilt per persoon. Maar inhoud is netto: muziek zet de toon! (pag. 177-181)

 

En met die ironische conclusie houdt deze Toverfluit theatervernieuwers én  traditionelen nog eens de grootheid van Mozart voor. In zijn eigen woorden:’Tekst is de nederigste dienaar van de muziek.’ Al zing je het telefoonboek van Ossendrecht, als het maar klinkt!