Van Rot Los


Jan Rot zingt Schumann, Purcell en zichzelf

1. Een mooie lentedag in mei

Een mooie lentedag in mei
Een paartje lag in 't park te tongen
Een hondje werd besprongen
Toen zag ik daar die jongen

Die meer dan mooie dag in mei
Ik zoog de lente in mijn longen
En heb toen onbezonnen
Die jongen toegezongen

2. Als dichters 's nachtjes wenen

Als dichters 's nachtjes wenen
Dan zijn ze gewoon aan het werk
Elk lied komt uit hun tenen
Een traan als watermerk

En als je als dichter droog staat
Zoek je naar de bron van pijn:
Naar de lente die nooit voorbij gaat
Wil jij mijn muze zijn?

3. De bloempjes, de bijtjes

De bloempjes, de bijtjes, de kalfjes in weitjes
De lente die levert maar rijmelrijtjes
Nee, rijmt het privé, dat is vers twee
Want hij vindt mij heel aardig
Maar niet begerenswaardig
Dus weg met lammetjes en geitjes
en vogels en bloempjes en bijtjes en eitjes
Ik zin nu op zinnen die hem voor me kunnen winnen als:
Maak van mijn toverfluit geen bedelstaf!

4. Als ik je lieve ogen zie

Als ik je lieve ogen zie
Hoor ik op slag een symfonie
En als je even tegen me praat
Heb ik een aria paraat

Is 't goed als ik vannacht eens blijf?
Dat moet voor ik ons lijflied schrijf!
Pas als je gaapt: 'welterusten dan'
Weet ik: een muze maakt geen man

5. Ik wil dat mijn ziel wordt gedompeld

Ik wil dat mijn ziel wordt gedompeld
In een bad dat vol is gegooid
Met hem, mijn bevroren champagne,
Vannacht door de drank ontdooid

Als ik dan zing zal het klinken
Als de kus die hij, eindelijk, gaf
Een kus om in te verdrinken
Slim was het niet, achteraf

6. Ik zou een kaarsje gaan branden

Ik zou een kaarsje gaan branden
Hij wou niet meer, het was stuk
Trouw vouwde ik mijn handen
Wie weet bracht dit ons geluk

Maar waar ik mijn kaars had neergezet
Verlichtte 't een oud schilderij
Dreef God de spot met mijn schietgebed?
Ik bracht mijn gezicht dichtbij…

Daar zat een cupido, zo'n bengeltje,
Op schoot bij de lieve Heer
Die oogjes, die lippen, die lippen, dat lachje:
Het evenbeeld van mijn kleine meneer…

7. Ik zoek geen wraak

Ik zoek geen wraak
Want hoe mijn hart ook breekt
Eeuwig verloren lief, eeuwig verloren lief
Ik zoek geen wraak, ik zoek geen wraak
Hoe je ook straalt op diamantenjacht
Nu hij betaalt, vergaat je toverkracht
Net wat ik dacht

Ik zoek geen wraak, want hoe mijn hart ook breekt
Ik snap jouw toekomstdromen
Ik snap wat jou en mij is overkomen
Ik snap dat jij niet snapt wat hij verwoest
Maar ik snap best waarom jij kiezen moest
Ik zoek geen wraak, ik zoek geen wraak

8. Als kind wist ik al

Als kind wist ik al wat ik wilde
Ooit komt er eentje voor mij
Niet dat ik er zwaar aan tilde
Die kwam vanzelf voorbij

Als schooljongen kon ik kiezen
Ik vlinderde door de klas
Wat had ik nou te verliezen
Als geen de ware was

Zo bleef ik rondhoereren
Exact driemaal zeven jaar
Hoe moe ook, ik bleef charmeren
Ik wist: ooit staat ie daar

En net heb ik je gevonden
Of nu ben ik je alweer kwijt
O hart vol bloed en wonden
Hoe dreigend tikt de tijd

9. Als alle engeltjes zingen

Als alle engeltjes zingen
Dan zingen ze zoals zij
't Is feest en zij is erbij

Net wil ik naar voren dringen
Als jezus, daar staat mijn lief
En ja hoor, daarnaast die dief

Je ziet ze zwieren en zwaaien
En straks dan mag ie hem naaien
Want hij, hij heeft het gemaakt

Een engeltje wil niet zingen
Wie blijft zijn vleugeltjes wringen?
Ha, de engel die mij bewaakt!

10. Hoor nou 's wat ze spelen

Hoor nou 's wat ze spelen
Het lied van jou en mij
Dus klinkt uit wel duizend kelen:
Voorbij! Voorbij! Voorbij!

Ik vlucht voor die wrede klanken
Zak thuis aan tafel neer
Daar kan ik eindelijk vrij janken
Draai telkens 'Telkens weer'

11. Wil Jantje graag met Pietje

Wil Jantje graag met Pietje
Wil Pietje helaas liever Klaas!
Wil Klaas het graagst met een grietje
Helaas, Pietje pist er dus naast

Hé? Pietje laat Jan lopen
En neemt gewoon een man
Die liefde van hem wil kopen
Maar hoe moet het nou met Jan

Het lijkt wel het zoveelste liedje
'Eén hartje breekt in twéé'
Maar als het je gebeurt, man
Dan is het geen cliché!

12. Een zwoelige zomeravond

Een zwoelige zomeravond
Liep ik het park weer eens rond
Een vogel ging fluitend ten onder
Ik hield sinds mei mijn mond

Toen ritselden rozen hun blaadjes
En riep de kleinste pioen:
'Wees toch niet boos op ons broertje
Jouw roos kon hier niets aan doen!'

13. Ik droomde dat je dood was

Ik droomde dat je dood was
Ik huilde doodsbang in mijn slaap
Zo'n jonge knaap… het bleef stromen
Zelfs toen ik allang was ontwaakt

Ik droomde dat je weg was
Mijn hoofdkussen vond ik doorweekt
Tranen om jou bleven komen
Zo erg was ik van streek

Ik droomde dat je hier was
We zongen een liefdesduet
Wie redt nu ik hier rechtop zit
Mij uit dit waterbed?

14. Waar ben ik?

Waar ben ik… een kelder
Daar brandt licht!
En voetje voor voetje
Ik schrik me 'n hoedje!

Want hier is plotseling die gier
En bijt me toe: 'Wat moet je?'
Ik schiet hem morsdood
'Weesgegroetje!'

Nu kom ik bij jou
Mijn god, wat bloed je!
Ik ruk de ketting los en pluk
De tranen van je snoetje

Je geeft me, als dank, je toverring
Daar zing ik het lied op jouw lijf geschreven!
Dan is het dag, waar de ring is, ach,
En 't lied ben ik vergeten

15. Uit vieze filmpjes weet je

Uit vieze filmpjes weet je: Geluksland is dichtbij
Vakantie voor een beetje poëet, want daar maakt liefde blij
Waar naakte jonge goden zich vlijen op hun zij
Voor iedereen verboden, ja, allemaal voor mij

Die liggen met hun kontjes de hele dag omhoog
En al die natte mondjes, we houden het niet droog
En zware lichtmatrozen die houden trouw de wacht
Terwijl wij minnekozen de hele lange nacht
En hebben ze verdrietjes zing ik ze teder toe
Met lieve liefdesliedjes vol 'me and I love you'
En al die knappe knapen die klappen trots en blij
Een apenrots vol schapen, mijn jongensboerderij

Ach! Ach! Ach, kon ik zo maar leven, dan had de liefde zin
't Is moeilijk toe te geven, 'k geloof er niet meer in
een nachtzoen van mijn kussen, een vaste hand in bed
Geluksland wenkt ondertussen…
Nee, 's nachts heb ik zo'n pret dat ik nooit mijn wekkertje zet!

16. Genoeg

Genoeg, genoeg van Jongens, genoeg, genoeg gescoord
Wie drooM omdraait tot leven krijgt levenslang voor Moord
Geluksland moet begraven, dus haal een grote kist
Die kist wordt groter dan de duim van een roddeljournalist
En als we de baar gaan maken de inhoud, dat komt zo
Die baar wordt even fabuleus als de neus van Pinocchio
En zorg voor twintig reuzen zo hoog als de Keulse Dom Zo dapper als de geuzen elke voetpas is een bom

Die zullen de kist dan dragen tot diep in de oceaan
Want enkel zo'n begraafplaats kan onze tombe aan
Weet je waarom die kist nou zo groot en zwaar moet zijn?
Want mee gaat al mijn liefde, mijn tranen en mijn pijn

1 t/m 16 naar Dichterliebe van Heinrich Heine & Robert Schumann (1840)

17 Mijn verhaal

Toen ik klein was, wilde ik graag groot zijn
Toen ik tijd had, droomde ik van geld
Toen ik jou vond, zocht ik naar de vrijheid
En daarmee is mijn verhaal verteld

18 Kies je voor schoonheid

Kies je voor schoonheid, kies niet voor mij dan
Kies voor de zon, die maakt dat oogverblindend waar
Kies je voor jeugd, kies niet voor mij dan
Kies voor de lente, die verjongt zich ieder jaar
Kies je voor weelde, kies niet voor mij dan
Kies voor de zee, haar parels liggen voor je klaar
Kies je voor liefde, o ja, kies mij dan!
Wij zij aan zij dan, altijd bij elkaar
Kies je voor liefde, o ja, kies mij dan
Blijven we altijd, altijd bij elkaar!

19 Kinderhart

O hart, o zuiver kinderhart ik zou je graag behoeden
Wie steekt er straks zijn wapen in en stelpt niet bij het bloeden
En als het dan is leeggebloed, dan praten ze het goed
Zo is het leven, zo is de liefde, als jij het niet doet, doet een ander het wel
O hart, o zuiver kinderhart, dan is het lief geleden

Is liefde soms een melkgebit gedoemd om snel te wijken
Voor een kwartje onder 't kussen zit
Grote mensen die vertederd kijken
Naar de gaten in je kindermond, de gaten in je ziel
Zo is het leven, kalverliefde is geen liefde en zo meer
O hart, o zuiver kinderhart straks is het lief geleden

En tussen knapenschenders, kinderlokkers, gieren en hyena's
Staar ook ik met betoverde ogen
Maar als jij de piramide bent, schat
Zijn er schatrovers en archeologen

O hart, o zuiver kinderhart, wie zal je eerdaags breken
Toch die ene vooraan in de klas
Of meneer Grijpgraag in de discotheken
Als ik je hiervoor hoeden kon, kon hoeden tot je dood…
Zo is het leven niet, zo is de liefde niet, jij te klein dus ik te groot
O hart, o zuiver kinderhart, dra is je lief geleden.

20 Onze cel

Zie je niet wat ons is overkomen
Zie je niet dat ik niet meer van je hou
Ik lig naast je, maar wandel in mijn dromen
Zie je niet dat ik niet meer van je hou

Lafheid weerhoudt me 't je te zeggen
Of laf is het woord niet, het is meer trouw
Aan wat we hadden, je kan het zo weerleggen
Maar zie toch dat ik niet meer van je hou

Ik bid elke dag dat je vreemdgaat
En dan thuiskomt: sorry, ik kies voor hem
Dan was alles mooi en helder opgelost
Want ik heb al eens gedacht:
Liep je maar onder een tram

Jij moet het doen, ik zit gevangen
In onze cel, in jou
Bevrijd me of moet ik me eerst verhangen
Voor je ziet dat ik niet meer van je hou
Voor je eindelijk beseft dat ik niet meer van je hou

21. Ik wil mijn hart terug

Je klopte aan bij mijn Klooster van de Liefde
Op de vlucht voor de wereld en jezelf
Ik bood je onderdak zolang he t je beliefde
Met klein corvé, dat wel, tussen tien en elf
Ik heb het speeksel uit je haar gewassen
Zette je spijs en dure dranken voor
Net toen ik dacht dat jij in 't klooster wel zou passen
Ging jij er met de gouden kandelaar vandoor

Ik wil mijn hart terug, ik wil mijn hart terug
En wel nu, op dit moment
Wie denk je wel dat je bent
Ik wil mijn hart terug

Misschien liep jij langs mijn huis en trok speels belletje
Ik was naïef, deed blij open en zag niets
Was het voor jou enkel maar een spelletje
Je mag toch smijten met zo'n ouwe fiets
Of misschien vroeg jij alleen maar waar het feest was
En zag ik je al gekleed gaan in het wit
Ik zou graag doen alsof er niets geweest was
Maar hoe strijk je over je hart, zolang je zonder zit?

Ik wil mijn hart terug, ik wil mijn hart terug
En wel nu, op dit moment
Wie denk je wel dat je bent
Ik wil mijn hart terug

Nog zie ik hoe we zaten, die ene middag op 't balkon
Jij liet je tranen stromen en weer drogen in de zon
Toen zei ik jou de waarheid en jij loog dat je barstte
Waarmee weer wordt bewezen: wie het laatst huilt, huilt het hardst

Dus lieve schat, waar je ook bent
Ik heb je veel te veel verwend
En wil mijn hart terug!

22. Ooit komt er een voor mij

Hoe kreeg je het je bek uit:
"Omdat ik van je houdt, Jan"
En nog geen etmaal later...
Toch, het laat me koud, man
Want iemand die zoiets doet
Is toch nooit de ware
Ooit komt er een voor mij
Ooit komt er een voor mij

Ik word per dag niet jonger
Nog minder jong dan vroeger
Maar ik word wel leuker
Veel leuker nog dan vroeger
En heb misschien als vrijgezel
Wel meer dan echt genoten
Ooit komt er een voor mij
Ooit komt er een voor mij

Die neemt en geeft
En voor mij leeft
En ik voor hem of haar

Kijk ik in je ogen
En vind ik daar het antwoord
Raap ik je onbewogen op
En breng je waar je thuishoort
En als we op de drempel staan
Heb ik altijd geweten:
Ooit komt er een voor mij
Ooit komt er een voor mij

Vrij naar Mary Margaret O'Hara (you will be loved again)

23. Als ik straks dood bem

Als ik straks dood ben, dans jij dan een keer op mijn graf?
Dankbaar dansje op mijn graf
Niet huilen, niet huilen, ik heb geléefd!

Als ik straks dood ben, leef jij dan alsjeblieft voor twee?
Neem mij in je leven mee
Geen wanhoop, geen wanhoop, ik leef met je mee

Denk vaak aan mij, denk vaak aan mij
Maar alsjeblieft geen bloemen en geen rouw
Denk vaak aan mij
Maar alsjeblieft onthou: ik leef door in jou

Naar 'Remember me' uit Dido & Aeneas Henry Purcell, Nathan Tate (1689)

Terug naar overzicht