De eerste tekstvergadering is bij Leo thuis. Ik heb me
vergist in het adres en ben een kwartier te laat. Aan tafel zit naast domina
Helene mijn strenge leraar Duits op het gymnasium, maar dan wat kleiner. Jaar
of zestig, gedrongen, kortgeknipt. Hij begroet mij met een meewarige glimlach.
‘Burkhardt is ons geheime
wapen,’ stelt Leo vrolijk voor. ‘Hij is schilder, componist van kinderliedjes
tot opera, en daarbij barokdeskundige met specialiteit Bach.’ Om bang van te
worden.
‘Wij zijn inmiddels een beetje
aan de vertaling gewend, we hebben Jan erover gehoord. Burkhardt heeft het
gister gekregen, misschien wil hij er iets over kwijt?’
Een simpel handje wuift over
mijn werk. ‘Welaan, wat zal ik zeggen?’
Hij vouwt met duimen en
wijsvingers een schoppenaas en leunt achterover. Nederlands met een zwaar Duits
accent lijkt eenvoudig te imiteren, maar in het echt hoor je de nuance. Alleen
al die zinsbouw, correct maar anders. ‘Het is natuurlijk volkomen quatsch om
überhaupt een letter te willen veranderen aan een zo perfect harmonieus
kunstwerk als de Matthäus Passion van Bach. Nu goed, er zal wel iemand met
dollartekens in zijn ogen rondlopen, die denkt: dit is een leuk ideetje voor
het grote volk, toe maar jongens. En misschien dat er een persoon te vinden is
met gevoel voor tijd en taal die dan zeer omzichtig en met het grootste respect
een aardig resultaat kan halen, maar wat ik hier lees…’ – de handen
zakken, met de vingertoppen tilt hij mijn script op en laat het met een plofje
vallen – ‘is een cabareteske afrekening van iemand die in zijn jeugd te
veel in de kerkbanken doorgebracht zal moeten hebben, en dat zijn pappie en
mammie, zijn vrienden en daarmee het ganse land alsnog onder de neus wil
wrijven met behulp van, hoe heet de vrouw, Annie Schmidt-achtige rijmpjes.’
‘Annie M.G. is niet het
slechtste compliment dat je kunt krijgen,’ probeert Leo de steekvlam wat lager
te zetten, ‘Hollandser kan niet, en daarvoor zijn we hier.’
‘Dat het in de taal van onze
tijd staat, is dacht ik wel Jans opzet,’ wuift ook domina Helene wat koelte
toe.
‘Ja doch, als je wilt
actualiseren dan zet je op die muziek het verhaal van Billy Graham of een ander
geschifte prediker, of je maakt van de Zoon des Mensen een hoerende en
snoerende losbol, zoals Martin Scorsese bij The last Temptation of Christ. Maar bespaar mij melige woordspelingen als, waar
staat het, Abacadabraham, en dan alle grote joodse leiders met een grol en een
grap afmaken van: ach ja, nun, wij zijn ook maar mensen.’
‘Nou, met dat stukje had ik
ook moeite,’ loopt de domina weer over, ‘dat zou zelfs antisemitisch opgevat
kunnen worden.’
‘Dat is een risico dat we
nergens mogen lopen,’ sust Leo, ‘maar daarom houden we deze besprekingen, om…’
Burkhardt heeft de passage
gevonden: ‘Absolom ging niet naar de kapsalon, op een aria waarin de gelovige christenmens zich
vanuit diepe overtuiging bereid verklaart Jezus voorbeeld te volgen Kreuz
und Becher an zu nehmen. Tsja…’
‘Momentje,’ kom ik overeind.
Je krijgt mij niet gauw kwaad
en je mag alles zeggen, maar ik kan niet tegen onrecht. Dan word ik woest. En
hoe woester ik ben, hoe rustiger ik spreek, al ga ik er bij staan en trekken
mijn slapen witte lijnen in een rooie kop, ik articuleer.
‘Het idee komt van mij, ik heb
het bedacht en geld interesseert me niets. Ik doe dit uit overtuiging, uit
liefde voor muziek. Ik ben hier meer dan een jaar mee bezig, waarvan de laatste
vijf maanden dag en nacht. Ik denk niet dat het af is, ik denk niet dat dit het
is. Je woorden over rancune neem ik mee. Ik wil alles aanhoren, alles bespreken
en zien of ik het kan verdedigen. Maar we gaan uit van wat ik maak, wat ik wil,
want als je denkt dat we nu even met z’n viertjes een Nederlandse Matthäus in
elkaar zetten, drink ik mijn koffie en ben weg. Ik ben even razend nu, en dat
is niet de bedoeling, want jullie zitten hier met de beste wil, dus laten we
vijf minuten pauzeren. Waar is het toilet?’
Mijn straal klatert in de pot.
Een gelukzalige grijns van oor tot oor. Het is mijn werk. Ik ben de baas. Maar
laat ze nu maar schoppen en trappen. Alles wat mij niet vernietigt, sterkt mij;
ik gebruik het allemaal.