In 2005 toerde ik met Bill van Dijk en Astrid Nijgh met Nachtlied, een verzameling kek vertaalde hits die zich afspeelden in de nacht. Dit deden wij samen met topmuzikanten Jakob Klaasse en Sandra Mirabal en het verlegen talent Hans Zilver. Tijdens mijn 50e verjaardagsfeestje in Carré leverde de ploeg van Nachtlied een dampende bijdrage, en klonk de roep om iets nieuws. Dat werd de Palingvissers, aangevuld met An + Jans Marjolein Meijers en haar kompanen Onno en Walter Kuipers.

Zoiets verzin je niet zomaar. Ik begon met het vertalen ooit van De Parelvissers van Bizet, alleen al om dat duet een van de bekendste operatitels. Tijd en plek, 19e eeuw in een tempel in voormalig Ceylon, het huidige Sri Lanka, spraken niet meteen tot mijn verbeelding, en toen ik voor Parel paling bedacht viel Bizet prompt van mijn bureau. Niet helemaal natuurlijk. Ceylon werd Volendam, Nadir en Zurga werden Zoer en Naatje  en in plaats van de broedertwist om de schone waarzegster Leila, keken we nu vijfentwintig jaar later terug naar het moment waarop zij koos tussen de twee makkers. De Droom van Nadir mocht nog meedoen, maar voor de rest koos ik de mooiste en beroemdste aria's en paste die in het verhaal, of eigenlijk andersom. De aria's bepaalden het relaas. 

'Aria's zijn ook maar gewoon hele goede liedjes,' was al een tijdje mijn strijdkreet, en de lol was natuurlijk om die dingen ook zo te brengen. Met een paar muzikanten, en 'gewoon' gezongen, soms een octaaf lager of hoger dan gebruikelijk. 
Maar 'gewoon' werd het allerminst. Want de verzamelde aria's gaven een nieuw verhaal, vol passie, even hilarisch als hartverscheurend. De cast stond niet als zichzelf op het podium, maar gaf invulling aan een clubje gewone luitjes die met elkaar de kop boven water proberen te houden in 'Het Catshuis', een toeristische attractie in Volendam, waar niet alleen wordt gemusiceerd, paling gerookt en pijp gestoken, maar ook gelachen, gehuild, ruzie gemaakt en vrede gesloten. 'En u voelt 'm al, met een keus uit zoveel sterfaria's haalt niet iedereen het einde,' stond in het promopraatje, maar eigenlijk overleefde alleen 'Jas' oftewel niet-Volendammer Marjolein de finale. 

 

Combineren van taken als Producent, schrijver/vertaler plus hoofdrolspeler – is  vragen om moeilijkheden, dus vroeg ik de gelouterde regisseur Eddy Habbema af en toe eens langs te komen.  Maar eigenlijk ging alles prima, juist omdat je het in eigen hand hebt. Ook qua kosten. Zo werd een anti-kraak belastingkantoor in den Haag onze repetitieruimte. Jammer dat de ramen niet open konden en de ventilatie niet werkte, maar zo is er altijd wat.

  Achteraf hadden we twee try-outs meer moeten hebben. Bij de dubbelpremière in Purmerend viel het kwartje nog niet overal, ook binnen de cast werden nog niet alle mogelijkheden benut. De recensies waren gemengd. Henk van Gelder van het NRC had genoten,  maar zijn collega bij de Volkskrant niet. Maar binnen een week waren de vlekken weggepoetst, en Jacques d'Ancona gaf vier sterren. ik vergeet nooit hoe ik tegen het einde van de tour in een bijna uitverkochte Stadsschouwburg in Utrecht in de coulissen stond, wachtend op mijn beurt om op te komen, en ex-Berini Marjolein Meijers de Liebestot van Wagner zag zingen in Volendams kostuum en niemand die het gek vond. En bedacht dat als ik alleen hiervoor al die decennia had gewerkt, mijn leven al zin had gehad.

Ik heb er nog wel eens spijt van dat ik niet mijn best heb gedaan het geheel vast te leggen op video, met diverse scenes op locatie gespeeld in Volendam zoals ik even het plan had. Maar ach, is dat nu juist niet het aardige van theater, dat het in rook opgaat?

 

de arrangementen waren van Jakob Klaasse, de techniek werd gedaan door Alex Leerentveld. De actiefoto's zijn van Roy Beusker, de kostuumplaatjes in Volendam zelf werden gemaakt bij firma de Boer.