Deze foto is van 13 juli 2000, Daan en ik op de avond van ons eerste afspraakje. Daan bleef slapen en toen ze de volgende morgen naar haar werk in Bellevue ging, belde ik in euforie het thuisfront: 'Vader, ik heb je laatste schoondochter gevonden.'

Die eerste gelukzalige maar ook verwarrende maanden staan beschreven in het boek Meisjes. Al twijfelden wij geen van beiden dat het voor altijd zou zijn, alles was nog nieuw natuurlijk.

Met kerst vierden we samen mijn verjaardag in restaurant Plancius, vlakbij Artis. Als cadeau schoof ze me een envelopje toe.  Met in dat mooie handschrift van haar een uitnodiging voor een week in een huisje in Zeeland.

'Ik hoop dat je dat niet saai vindt?' vroeg ze nog voorzichtig. Man, wat ontroerend.  Gek genoeg had ik diezelfde week een mailtje van Boudewijn de Groot gekregen, waarin hij op zoek was naar teksten voor een nieuw album, nu Lennaert Nijgh al een tijd niets meer leverde. Ik besloot in Kleeverskerke, wat een heerlijke naam ook,  te proberen mijn prille liefdesgeluk op papier te krijgen, en nu eens niet meteen met eigen muziek erbij, maar meer als (lichte) dichter. Op nieuwjaarsdag, 1-1-1, reden we erheen en onderweg schreef ik al mijn eerste. Zeker in de nachtelijke uren als Daan al lag te slapen, werkte ik aan mijn tekstjes, waarin niet alleen het prille geluk werd bezongen, maar vooral ook het wonder dit na zoveel jaren zoeken naar de Ware te beleven.

Uiteindelijk werden het 29 verliefde versjes.

Bij terugkomst werkte ik alles netjes uit en stuurde het naar Boudewijn, maar hoorde verder niks. Toen ik hem twee maand later op een Buma/Stemra-feest met zijn vrouw Anja zag staan, stelde ik mijn meisje aan ze voor en vroeg toch maar even naar de teksten. Boudewijn keek verbaasd. Nooit gezien. Bleek in zijn spambox te zitten, of hij had eroverheen gekeken, in ieder geval kwam binnen een dag reactie:

'7-3-2001

jantje,

beschaamd heb ik me gezet aan het lezen van je teksten. Ontroerd heb
ik ze ter zijde gelegd. Je lijkt een ander mens, je teksten zijn haast
aangrijpend van nieuw elan.'

Hoewel hij meteen schreef dat het voor hem te persoonlijk was, zag hij eentje waar hij misschien wat mee zou kunnen, en inderdaad, had hij nog geen 24 uur later muziek op 'Het Einddoel.' Niet veel later volgde 'Fietstocht over Waterland'.  Voor de cd 'Eiland in de Verte' stond nog een derde tekst 'Tevreden' op stapel, maar terwijl in de studio mijn tekst al als guide-voice was ingezongen, schreef Boudewijn ineens een eigen tekst voor de inmiddels overleden Lennaert, en die paste precies op de muziek, dus terwijl Boudewijn 'Blauwe Uren' afsloot met 'mijn God, dit is een lied', was ik er een kwijt :-).

Zelf had ik voor ons trouwalbum "Ja, ik wil!" al een tekst gebruikt voor een muziekje van Canteloube, 'Kom op'.

Toen ik door Henny Vrienten werd uitgenodigd samen een lied te schrijven voor zijn cd 'Nacht', gebruikten we ook een tekst uit Huisje, 'Stil'. En het ellenlange vers waarin ik 'alle' Nederlandse woorden die een klank verbeelden bij elkaar zette en de conclusie 'Zo rijk is onze taal aan alle vormen van kabaal/ Maar geen woord past als jij me vraagt/: 'zeg liefste heb ik jou vandaag/ al wel gezegd hoe lief je bent/ een geluid dat niemand kent dan ik/ slik/ ik?' leverde het lied 'Bombarie' op, van de cd Grote Jan Rotplaat.

 

Van Huisje aan Zee heb ik vier keer boekjes laten drukken, maar die zijn op. Voor de liefhebber is hij nu als pdf-je te koop, voor wie wil, 'uniek persoonlijk digitaal gesigneerd'...